**1..** In geval van terugvordering op grond van artikel 58, lid 1 en 2 Participatiewet wordt de aflossingsverplichting gesteld op 5% van de geldende norm voor personen met een inkomen tot 120% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm. Van inkomsten boven 120% van de geldende bijstandsnorm wordt 35% vastgesteld als aflossingscapaciteit.
**2..** In voorkomende gevallen kan de hoogte van de aflossingsverplichting individueel worden bepaald.
**3..** De betalingsverplichting is nooit hoger dan het bedrag waarop volgens de bepalingen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering beslag gelegd kan worden.
**4..** Als belanghebbende geen bijstand ontvangt en verzoekt om een aflossingsregeling kan hiermee worden ingestemd wanneer de vordering in 36 maanden afgelost kan zijn en het aflossingsbedrag minimaal € 50,00 per maand bedraagt.
**5..** Als de vordering niet in 36 maandelijkse termijnen kan zijn afgelost, wordt een onderzoek ingesteld naar de aflossingscapaciteit van de belanghebbende. Daarbij worden de financiële- en persoonlijke omstandigheden van belanghebbende in acht genomen.
**6..** Als belanghebbende niet meewerkt aan een onderzoek naar zijn draagkracht, wordt het aflossingsbedrag ambtshalve vastgesteld. Ook kan onder toepassing van artikel 60, lid 6 Participatiewet in dat geval direct beslag worden gelegd op het inkomen van de belanghebbende, waarbij de beslagvrije voet geheel komt te vervallen.
**7..** Het aflossingsbedrag zoals medegedeeld in het terugvorderingsbesluit, het besluit tot uitstel van betaling of dat met de belanghebbende op grond van een minnelijke regeling wordt overeengekomen, geldt als een opgelegde betalingsverplichting.
Hoofdstuk 2
Artikel 12.
Vaststellen aflossingscapaciteit bij terugvordering
Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering 2024 gemeente Heerde