Naar hoofdinhoud
De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven met instemming van alle gemeenten minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de gemeenteraden gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen. In geval van ontbinding van de Regeling en daardoor opheffing van het Werkvoorzieningschap, stelt het Algemeen Bestuur‚ de Gemeenten gehoord hebbende, een liquidatieplan vast, waarin in elk geval een sociaal plan ten aanzien van het Personeel is opgenomen. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van de Regeling worden afgeweken. Zo nodig blijven de bestuursorganen van de Regeling ook na de ingangsdatum van de opheffingsbesluiten in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

Rechtspraak bij dit artikel