Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven voor het komend boekjaar op, welke is voorzien van een toelichting en de nodige specificaties, waaronder overzichten van de ramingen van bijdragen van de gemeenten en van de opbrengsten van de verrichtingen die op tariefbasis aan de gemeenten en derden in rekening worden gebracht.
De bijdragen van de gemeenten als bedoeld in het vorige lid voor het basis dienstverleningspakket als bedoeld in artikel 4 worden vastgesteld op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde parameters, twee jaar voorafgaande aan het boekjaar.
De overige opbrengsten van de gemeenten en derden worden bepaald op basis van tarieven per verrichting.
Het dagelijks bestuur zendt voor de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum de algemene financiële kaders en de beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken ten minste twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden, doch uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de ontwerpbegroting geldt, toe aan de colleges en raden.
De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld.
De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.
Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het zevende lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten.
Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
Het bepaalde in het vijfde, zevende, achtste, negende en tiende lid van dit artikel is, met uitzondering van de in de zevende en het tiende lid genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
HOOFDSTUK VI
Artikel 27
Begroting
Onderdeel van Wijziging gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Zuid-Limburg