Het dagelijks bestuur zendt vóór de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum de voorlopige jaarstukken over het voorafgaande boekjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten. De jaarstukken zijn opgesteld conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De jaarrekening is vergezeld van een controleverklaring en het verslag van de accountant als bedoeld in artikel 25.
Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum toe aan de raden.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden.
Het besluit van het algemeen bestuur tot vaststelling van de jaarstukken verleent het dagelijks bestuur, decharge behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
HOOFDSTUK VI
Artikel 28
Jaarstukken
Onderdeel van Wijziging gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Zuid-Limburg