**1..** De cliënt beschikt, na afdracht van de bijdrage, over een bedrag dat overeenkomt met de norm voor zak- en kleedgeld conform artikel 23 Participatiewet, welke norm wordt vermeerderd met de standaardpremie bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag en gecorrigeerd met de zorgtoeslag en omgerekend naar vier weken (bijdrageperiode).
**2..** Bij de toepassing van het eerste lid, wordt per kalenderjaar uitgegaan van twaalf perioden van vier weken en een periode die, afhankelijk van de resterende dagen, vier of vijf weken bedraagt.
**3..** De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van de maatwerkvoorziening.
**4..** De hoogte van de bijdrage is nooit hoger dan de werkelijke kostprijs en is ten hoogste gelijk aan de feitelijke woonlasten van de voorziening. Onder woonlasten wordt in ieder geval verstaan de kosten voor huur, gas, water en licht.
**5..** Als een cliënt gehuwd is en zijn partner geen gebruik maakt van de opvang geldt de bijstandsnorm voor een alleenstaande (ouder) bij opname in een inrichting zoals bedoeld in artikel 23 van de Participatiewet.
**6..** Als de instelling aan de cliënt geen voeding verstrekt, wordt de verschuldigde bijdrage verminderd met een bedrag voor voeding zoals jaarlijks geïndexeerd vastgesteld door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD).
**7..** Als een cliënt ouder/verzorger is van minderjarige kinderen en met hen in de opvang woont, wordt de norm persoonlijke uitgaven met 10 procent per kind opgehoogd, tot een maximum van drie kinderen.
**8..** Als de gecontroleerde aanschaf van alcohol deel uitmaakt van een behandeling, wordt de norm persoonlijke uitgaven opgehoogd met een bedrag van maximaal € 100,00 per vier weken.
**9..** Als het inkomen, verminderd met de bijdrage, minder bedraagt dan de norm voor persoonlijke uitgaven, wordt de bijdrage zodanig verminderd, dat de norm voor persoonlijke uitgaven beschikbaar blijft. Als de instelling geen voeding verstrekt, wordt de bijdrage zodanig verminderd dat naast de norm voor persoonlijke uitgaven, ook de norm voor voeding beschikbaar blijft.
**10..** Het eerste lid geldt niet als de cliënt verzuimt zijn verantwoordelijkheid te nemen om voldoende inkomen te verwerven.