Verwacht wordt dat het Warmteplan inwerking treedt nadat de Omgevingswet inwerking is getreden. Het Warmteplan maakt dan, volgens het bepaalde in artikel 22.10, Invoeringsbesluit Omgevingswet (Bruidsschat) van rechtswege deel uit van het (tijdelijk deel) van het omgevingsplan.
Voor een aanvraag omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen geldt het omgevingsplan als toetsingskader. Dit betekent op grond van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan beoordeeld wordt of er voor een te bouwen bouwwerk een aansluitplicht geldt op het collectieve energiesysteem. Indien een aanvrager niet wenst aan te sluiten op het collectieve systeem dan kan daarvan worden afgezien als tenminste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming voor het milieu wordt bereikt met de in dit Warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu (gelijkwaardigheidsbepaling, artikel 22.10, tweede lid, Bruidsschat).
De aanvraag omgevingsvergunning vormt de grondslag voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid. Dit betekent dat in het geval de aanvraag meerdere bouwwerken omvat die alle voorzien zijn van een aansluiting op een ander energiesysteem dan het distributienet volgens dit Warmteplan, de gelijkwaardigheid per aansluiting wordt beoordeeld. Zie ook paragraaf 1.8 (Gelijkwaardigheid)