Richtlijnen biodivers groen

  • - groen dat in verbinding staat met aanwezige groenstructuren;
  • - groen dat expliciet gericht is op de aanwezigheid van nectar- en waardplanten ten behoeve van insecten en bij voorkeur inheems is
  • - groen dat bestaat uit meerdere biotopen/onderdelen in verschillende lagen (bloemrijk gras - kruiden- struiken/struweel- bomen/bos - water/oevers);
  • - groen dat gericht is op overgangen/gradiënten tussen bovengenoemde onderdelen (natuurlijke oevers, mantel/zoomvegetaties);
  • - groen dat aansluit op eisen van doelsoorten (binnenstad) en daarmee aan de eisen t.a.v. voedsel/verblijf/voortplanting/verbinding, ofwel de 4 v’s;
  • - groen dat wordt beheerd ten behoeve van een duurzame instandhouding van biodivers assortiment en/of biotooponderdelen en hun overgangen.