Hieronder wordt dat verstaan wat naar oordeel van het college binnen het vermogen van de cliënt ligt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie te komen. De cliënt zal zich -in een door het college te beoordelen mate- moeten inspannen om dat aan te wenden wat binnen zijn eigen bereik ligt om zelf in zijn behoefte op het gebied van maatschappelijke ondersteuning te voorzien. Zo zou iemand bijvoorbeeld maatschappelijk nuttige activiteiten kunnen verrichten om zijn participatieprobleem aan te pakken. Onder eigen kracht kan ook letterlijk de eigen kracht worden verstaan. Denk bijvoorbeeld aan het in staat zijn om bepaalde huishoudelijke taken (deels) zelf uit te voeren. Daarbij houdt het college rekening met een (rustiger) tempo waarbinnen dat gebeurt maar ook met redelijkerwijs in acht te nemen leefregels waardoor de huishoudelijke taken verspreid over de week kunnen worden uitgevoerd. Ook het anders inrichten van de woning, zo nodig met hulp van bijvoorbeeld een ergotherapeut, valt onder eigen kracht als hiermee het probleem (deels) opgelost kan worden.

Beroep op andere wettelijke regelingen

De cliënt moet met gebruik van eigen kracht zelf een beroep doen op een andere wettelijke regeling, als deze naar verwachting in voldoende mate compensatie biedt aan het oplossen van het probleem. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik maken van paramedische zorg als bedoeld in de Zvw vanwege lichamelijke en psychische klachten.