Als gebruikelijke hulp van een kind wordt verwacht, doet het college onderzoek naar het vermogen van dit kind voor wat betreft de taken waar het om gaat. Het college houdt daarbij rekening met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, de ontwikkelingsfase van het kind en het feitelijke vermogen van het kind om een bijdrage te leveren. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties.