Bij het onderzoek naar de goedkoopst passende bijdrage wordt de vervoersbehoefte van de cliënt vastgesteld. Het college onderzoekt deze behoefte aan de hand van de volgende kenmerken:
- - verplaatsingsgedrag (afstand en frequentie);
- - het verplaatsingsmotief (waarom);
- - de verplaatsingsbestemming (waarheen).