Deelnemende partijen
Artikel 9 van de WVR bepaalt dat de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio een gemeenschappelijke regeling treffen voor het instellen van een openbaar lichaam met de aanduiding veiligheidsregio. De rol van de gemeenteraden is volgens de Memorie van Toelichting als volgt weergegeven. Allereerst dienen de gemeenteraden van de verschillende gemeenten op grond van artikel 1, tweede lid WGR toestemming te geven voor het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling. Daarnaast kan de raad kaders stellen en is de controlerende taak van de raad geborgd via de planning- en controlcyclus. De burgemeester legt als lid van het algemeen bestuur verantwoording af aan de gemeenteraad.
Considerans
De Wet veiligheidsregio’s beoogt een integrale wettelijke regeling te bieden voor de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing op lokaal en regionaal niveau evenals de kwalitatieve borging daarvan.
Artikel 2 van de WVR bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders is belast met de organisatie van:
- - de brandweerzorg;
- - de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
- - de geneeskundige hulpverlening.
Naar aanleiding van de wens hiervoor van de deelnemende gemeenten is bij deze wijziging van de gemeenschappelijke regeling het programma Bevolkingszorg in de regeling opgenomen.
De bepalingen met betrekking tot de inrichting van de (ambtelijke) organisatie worden in het organisatiebesluit opgenomen. Verder zijn bevoegdheden zoveel mogelijk gebundeld per bestuursorgaan. Daarnaast zijn onderwerpen soms gesplitst of juist samengevoegd ten behoeve van een logische opbouw of naar de toelichting verplaatst.
Wijziging gemeenschappelijke regeling
Het is noodzakelijk de gemeenschappelijke regeling te wijzigen
De aanleiding hiervoor is de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) die op 1 juli 2022 is ingegaan. De nieuwe Wgr bevat een aantal aanvullende verplichtingen die in de gemeenschappelijke regeling van VRBN moet worden verwerkt.
De Wgr kent een overgangsperiode tot aan 1 juli 2024 tot wanneer gemeenschappelijke regelingen aangepast kunnen worden.
Dictum
De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord is in werking getreden op 1 juli 2006 en laatstelijk gewijzigd per 1 januari 2021. De regeling wordt nu opnieuw gewijzigd.
HOOFDSTUK 1BEGRIPSBEPALINGEN
- - Ad e tot en met g: De verdeling in een algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter is conform artikel 12 van de WGR.
- - Ad k: Artikel 10 onder j van de WVR stelt dat aan het bestuur van de veiligheidsregio de taken en bevoegdheden tot het instellen en in standhouden van een brandweer wordt opgedragen.
- - Ad m: Artikel 10 onder l van de WVR stelt dat aan het bestuur van de veiligheidsregio de taken en bevoegdheden tot het instellen en in stand houden van een GHOR wordt opgedragen.
HOOFDSTUK 2ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 2.1Het openbaar lichaam
Artikel 9 van de WVR bepaalt dat een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio. In artikel 8 lid 1 van de WGR is vervolgens bepaald dat dit openbaar lichaam rechtspersoonlijkheid geniet, waardoor het zelfstandig kan deelnemen aan het rechtsverkeer en bijvoorbeeld overeenkomsten kan aangaan. Voor de duidelijkheid is in deze regeling uitdrukkelijk opgenomen dat de veiligheidsregio een rechtspersoon is. Artikel 10 derde lid van de WGR bepaalt dat de plaats van vestiging en de inrichting en samenstelling van het bestuur in de regeling wordt opgenomen. De genoemde bestuursorganen maken op grond van artikel 12 van de WGR verplicht deel uit van elke gemeenschappelijke regeling.
HOOFDSTUK 3BELANGEN, TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN
Artikel 3.2Belangen
Op grond van artikel 10 van de WGR vermeldt de regeling het belang of de belangen ter behartiging waarvan de regeling is getroffen. Onder belang kan worden verstaan het beleidsterrein waarop wordt samen gewerkt, waardoor het werkgebied van de gemeenschappelijke regeling wordt afgebakend. De omschrijving van de eerste drie werkgebieden haakt aan bij artikel 2 van de WVR, waarin is vastgelegd waarvoor het colleges van burgemeester en wethouders verantwoordelijkheid draagt. Door middel van de gemeenschappelijke regeling dragen ze de organisatie omtrent deze belangen over aan de veiligheidsregio.
Artikel 3.3Taken
De in de regeling opgenomen taken zijn gebaseerd op artikel 10, 14, 15, 16 en 17 van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 6, tweede lid van de Wet publieke gezondheid.
Artikel 3.5Taken geneeskundige hulpverlening
Het bestuur van de Veiligheidsregio heeft als taak het organiseren van de geneeskundige hulpverlening in de regio met het oog op rampen en crisissituaties. Hiertoe dient het bestuur een GHOR-organisatie ingericht te hebben. In Brabant-Noord heeft het bestuur de GGD opgedragen om uitvoering te geven aan de GHOR-organisatie en de daarbij horende taken. De onderliggende afspraken hierover zijn opgenomen in een dienstverleningsovereenkomst. De GHOR-organisatie staat onder leiding van de directeur Publieke Gezondheid.
Artikel 3.6Taken meldkamerfunctie
In het vierde lid staat dat de veiligheidsregio Brabant-Noord is ‒zodra is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering‒ verantwoordelijk is om binnen vijf minuten op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident te geven. Deze taak is belegd in de functie van Calamiteitencoördinator.
In het vijfde lid wordt de inspanningsverplichting vastgelegd voor de hulpdiensten om integrale samenwerking op de meldkamer na te streven. Dit is in overeenstemming met de doelstelling zoals geformuleerd in artikel 3.1. De inspanningsverplichting leidt ertoe dat de hulpdiensten de mogelijkheden van samenwerking in een vroeg stadium verkennen en indien mogelijk ook benutten.
Artikel 3.7Taken sector Crisisbeheersing & Rampenbestrijding
Voor een adequate hulpverlening en voorbereiding op het grootschalig optreden en de rampenbestrijding in de regio is, op bestuurlijk en operationeel niveau, samenwerking nodig. Verbetering van de samenwerking moet uitgaan van de huidige situatie en gericht zijn op haalbare ambities. In de sector Crisisbeheersing & Rampenbestrijding kunnen medewerkers van brandweer en GHOR (en in sommige gevallen ook politie, waterschappen, milieudiensten, nutsbedrijven, etc) projectmatig de voorbereiding van de rampenbestrijding vormgeven.
Artikel 3.8Bevolkingszorg
In dit artikel zijn de taken opgenomen op het terrein bevolkingszorg die de colleges gezamenlijk hebben belegd bij de Veiligheidsregio.
HOOFDSTUK 4HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 4.1.Samenstelling
Artikel 11 eerste lid van de WVR schrijft in afwijking van de WGR voor dat het bestuur van de veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Omdat het lidmaatschap van het algemeen bestuur is gekoppeld aan de functie van burgemeester, is de zittingstermijn niet gebonden aan een termijn. Het lidmaatschap eindigt bij beëindiging van het burgemeesterschap. Vervanging van leden van het algemeen bestuur vindt, gelet op de gedachte van verlengd lokaal bestuur, plaats conform de vervangingsregels in artikel 77 en 78 van de Gemeentewet. Dit artikel stelt dat:
- - Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt zijn ambt waargenomen door een door het college aan te wijzen wethouder (…).
- - Bij verhindering of ontstentenis van alle wethouders wordt het ambt waargenomen door het langstzittende lid van de raad (…).
Artikel 4.2Bevoegdheden
Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de veiligheidsregio. Vanuit deze positie neemt het algemeen bestuur alle besluiten die betrekking hebben op de behartiging van het belang van de regeling en de uitoefening van de bevoegdheden van het openbaar lichaam, tenzij deze bij wet of deze regeling aan een ander orgaan (dagelijks bestuur of voorzitter) zijn toegekend. In het vierde lid is aangegeven over welke onderwerpen het algemeen bestuur zelf een besluit dient te nemen.
Artikel 4.3Vergaderingen en besluitvorming
Artikel 22 tweede lid van de WGR schrijft voor dat het algemeen bestuur minimaal twee maal per jaar vergadert. De praktijk van de laatste jaren leert dat in Brabant-Noord het algemeen bestuur in de regel vaker per jaar vergadert. In ieder geval is van belang dat de eerste vergadering in de eerste helft van het jaar zal plaatsvinden. In de eerste vergadering zullen vanwege de planning en controlcyclus het jaarverslag, de jaarrekening en de begroting op de agenda staan. De voorzitter kan naar eigen oordeel of op verzoek van twee leden van het algemeen bestuur extra vergaderingen inlassen.
Vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Het algemeen bestuur heeft de mogelijkheid om achter gesloten deuren te vergaderen. De procedure staat beschreven in artikel 22 vierde en vijfde lid van de WGR. Verder is in deze regeling opgenomen over welke onderwerpen in het belang van de openbaarheid nooit achter gesloten deuren beraadslaagd en besloten kan worden.
In Brabant-Noord geldt dat het algemeen bestuur besluiten neem met een gewone meerderheid van stemmen. De WVR regelt dat het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.
Op grond van de WGR is het niet toegestaan dat de gemeenschappelijke regeling een bepaling bevat die de voorzitter een doorslaggevende stem geeft bij stakende stemmen. In artikel 11 vijfde lid van de WVR is echter opgenomen dat bij het staken van de stemmen de stem van de voorzitter de doorslag geeft.
Artikel 4.4 Genodigden vergaderingen algemeen bestuur
Op basis van de Wet veiligheidsregio’s worden de hoofdofficier van justitie, de voorzitter van het waterschap, de Commissaris van de Koning en het ministerie van J&V uitgenodigd om bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig te zijn. Tevens worden de leden van de veiligheidsdirectie voor alle vergaderingen uitgenodigd en de politiechef van de regionale eenheid Oost-Brabant van de politie. Door de voorzitter kunnen ook andere functionarissen worden uitgenodigd om als adviseur aan de vergaderingen deel te nemen.
Artikel 4.5Zienswijzen
In de WGR is opgenomen dat in de GR moet worden bepaald voor welke besluiten verplicht een zienswijzeprocedure – bij de raden– moet worden doorlopen. Op grond van de WGR was het al zo dat voor de begroting een zienswijzeprocedure wordt gevolgd. De gewijzigde WGR maakt het mogelijk om zo’n procedure ook voor andere zwaarwegende besluiten te volgen, zoals besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. Binnen VRBN zijn dit de besluiten zoals vermeld in lid 1.
De WGR stelt in artikel 1 lid 3 een zienswijzetermijn van acht weken op een ontwerp regeling. Vandaar dat deze termijn ook is gekozen voor andere onderwerpen waarop een zienswijze gevraagd kan worden in dit artikel. In de praktijk wordt overigens veelal gekozen voor een langere termijn.
Zienswijzen die volgen uit andere wettelijke verplichtingen zijn niet los opgenomen in het zienswijze artikel. Deze mogelijkheid tot zienswijze volgt direct uit de WGR: bij het wijzigen van deze regeling, het instellen van commissies en het besluiten tot oprichting van deelneming in andere entiteiten.
Artikel 4.6Participatie
De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen stelt aanvullende verplichten over participatie:
de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden.
Daarnaast kennen veiligheidsregio’s verplichtingen wat betreft het betrekken van buurregio’s en organisaties bij de totstandkoming van het beleidsplan en risicoprofiel vanuit de Wet veiligheidsregio’s.
Een bepaling over participatie van raden bij langdurige bovenlokale crisis is opgenomen om invulling te geven aan een suggestie bij een regionale raadsbijeenkomst (VVB) op 10 mei 2023. Daarin werd VRBN de suggestie meegegeven de gemeenteraden in de gelegenheid te stellen wensen en bedenkingen kenbaar te maken bij de aanpak van ingrijpend geachte langdurige bovengemeentelijke crises. Elke crisis is uniek, dat geldt ook voor de behoefte aan, noodzaak tot en uitvoerbaarheid van participatie tijdens een crisis. Per crisis zal worden bekeken hoe de uitvoering van deze bepaling wordt ingericht. In de praktijk zal veelal invulling gegeven worden aan participatie via een opiniërend gesprek dat raden voeren met hun burgemeester in zijn rol als veiligheidsregiobestuurder.
HOOFDSTUK 5 HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 5.1 Samenstelling
Artikel 12 eerste lid van de WGR regelt dat het bestuur van een openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, dagelijks bestuur en een voorzitter. De WGR bepaalt in artikel 14 eerste lid dat het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee of meer andere leden.
In Brabant-Noord bestaat het dagelijks bestuur uit de voorzitter én tenminste twee leden van het algemeen bestuur.
Bij voorkeur is de burgemeester uit Brabant-Noord die voorzitter is van de GGD Hart voor Brabant ook lid van het dagelijks bestuur.
De zittingsperiode is gekoppeld aan het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft een door het algemeen bestuur aangewezen plaatsvervanger.
Het dagelijks bestuur kent geen portefeuilleverdeling maar wel een verdeling van aandachtsgebieden en actuele thema’s.
Artikel 5.2Vergaderingen
De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn in tegenstelling tot het algemeen bestuur niet openbaar. Vanuit deze optiek kunnen in het dagelijks bestuur alleen besluiten worden genomen, die te maken hebben met beheer van de organisatie. In het dagelijks bestuur gaat het niet om behartiging ieder lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door adviseurs. De leden van de veiligheidsdirectie vormen in ieder geval de vaste adviseurs van het dagelijks bestuur.
Artikel 5.3Bevoegdheden
De bevoegdheden van het dagelijks bestuur vloeien voort uit artikel 33b WGR.
Het dagelijks bestuur kan daarbij een portefeuilleverdeling maken of bevoegdheden in
mandaat opdragen aan de algemeen directeur of andere functionarissen (art 10:3 Awb).
HOOFDSTUK 6DE VOORZITTER
Artikel 6.1De voorzitter
Op de voorzitter is het Besluit rechtspositie voorzitters veiligheidsregio’s van toepassing.
Op basis van artikel 11, tweede lid WVR, wordt de voorzitter van de veiligheidsregio benoemd, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie.
Er is niet voor gekozen de aanwijzing van de voorzitter van de veiligheidsregio aan de regio zelf over te laten. De positie van de voorzitter van de veiligheidsregio’s brengt mee dat de mogelijkheid dient te bestaan de voorzitter te ontslaan. Op de rechtspositie van de voorzitter zijn de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels van toepassing.
HOOFDSTUK7 INSTELLEN ADVIES-BESTUURSCOMMISSIES
Instellen advies- en bestuurscommissies
Artikel 24 van de WGR regelt in het eerste lid dat het algemeen bestuur van een openbaar lichaam commissies van advies kan instellen. Artikel 22 van de Gemeentewet is daarbij van overeenkomstige toepassing. Hierin is bepaald dat de instelling vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter eveneens geschiedt door het algemeen bestuur, maar dan op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter.
Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld.
Op grond van artikel 25 van de WGR kan het algemeen bestuur ook commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, indien althans de regeling in deze mogelijkheid voorziet.
Dit zijn de zogenaamde bestuurscommissies. Indien het algemeen bestuur van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken is daarvoor (per in te stellen bestuurscommissie) voorafgaande toestemming van de raden van elk der deelnemende gemeenten vereist. In voorkomend geval dient het algemeen bestuur de bevoegdheden en de samenstelling van een dergelijke commissie te regelen.
HOOFDSTUK 8 INFORMATIE, VERANTWOORDING EN EVALUATIE
Artikel 8.1, 8.2 en 8.3 Inlichtingen- en verantwoordingsverplichtingen
De artikelen 16 en 17 van de WGR schrijven voor dat een gemeenschappelijke regeling bepalingen bevat over het verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording en de wijze waarop dit gebeurd.
Daarbij gaat het zowel om de informatie- en verantwoordingsplicht binnen de gemeenschappelijke regeling (de relatie tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur) als om de informatie- en verantwoordingsplicht van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de raden van de deelnemende gemeenten. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd op de gronden vermeld Wet open overheid.
Artikel 8.4Evaluatie
De nieuwe Wgr stelt dat een regeling een bepaling moet bevatten over evaluatie van de regeling. Daarnaast kennen veiligheidsregio’s evaluatieverplichtingen vanuit artikel 56 WVR.
HOOFDSTUK 9FUNCTIES, PERSONEEL EN ORGANISATIE
Artikel 9.1.Regionaal commandant brandweer/directeur/secretaris
De secretaris is als zodanig de eerste adviseur van het bestuur en verzorgt de coördinatie en de bewaking van de integraliteit van de ambtelijke voorstellen. De functie van secretaris wordt uit doelmatigheidsoverwegingen ingevuld in de vorm van een personele unie met de functie van regionaal commandant en die van directeur veiligheidsregio.
De regionaal commandant brandweer is tevens portefeuillehouder van de sector Crisisbeheersing & Rampenbestrijding. Hij stemt de uit te voeren werkzaamheden en de voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming af met de leden van de veiligheidsdirectie.
Artikel 9.2Directeur publieke gezondheid
In het tweede lid is bepaald dat de directeur publieke gezondheid is belast met de operationele leiding over de geneeskundige hulpverlening. Hij wordt rechtstreeks aangesteld en aangestuurd door het algemeen bestuur van de betreffende GGD; een dergelijke positie is nodig om op bestuurlijk niveau afspraken te kunnen maken met zorginstellingen, De directeur publieke gezondheid coördineert de voorbereiding van de spoedeisende medische hulpverlening op de geneeskundige hulpverlening en stemt de maatregelen ter voorbereiding van de geneeskundige hulpverlening af op de maatregelen van de andere bij de rampenbestrijding betrokken disciplines Op basis van de Wet publieke gezondheidszorg is wordt de directeur Publieke Gezondheidszorg (voorheen directeur GGD) aangewezen als directeur GHOR. Dientengevolge dient de directeur GHOR door zowel het bestuur van de Veiligheidsregio als door het bestuur van de GGD te worden aangewezen.
HOOFDSTUK 10FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 10.2 Financiële administratie, geldelijk beheer en controle
Het bestuur van de veiligheidsregio is via de Gemeentewet gedwongen een aantal verordeningen omtrent de administratie en de controle op te stellen. Het betreft de volgende verordeningen:
- - het financiële beleid, financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie (artikel 212 Gemeentewet);
- - de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie (artikel 213 Gemeentewet);
- - de door bestuur uit te voeren periodieke onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde beleid (artikel 213a Gemeentewet).
Artikel 10.3De begroting
In dit artikel wordt aangegeven wat de bijdrage is van de aan de regeling deelnemende rechtspersonen voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Uitgangspunt daarbij is financiële stabiliteit in meerjarenperspectief.
Artikel 10.4Kaders en Begrotingsprocedure
Om te komen tot een betere afstemming in de beleidsprocessen wordt er met de deelnemende gemeenten jaarlijks een procedure voor de behandeling van de kadernota, de begroting en de jaarverantwoording vastgesteld. Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 10.5De jaarrekening
Ingevolge artikel 34, derde lid WGR dient de jaarrekening door het algemeen bestuur te worden vastgesteld in het jaar volgende op het jaar waarop het betrekking heeft. Ingevolge het derde lid wordt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling en in elk geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop het betrekking heeft aan gedeputeerde staten toegezonden.
Artikel 10.6 Middelen
Lid 1. is toegevoegd naar aanleiding van de “Circulaire aansprakelijkheid voor schulden van openbare lichamen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen” van de minister van BZK d.d. 8 juli 1999 (hierna: “Circulaire”). Volgens deze Circulaire zijn de deelnemers van een gemeenschappelijke regeling verplicht een daarbij opgericht openbaar lichaam van middelen te voorzien waardoor het de taken waartoe het is opgericht naar behoren kan vervullen. Daartoe behoren ook de financiële verplichtingen die het openbaar lichaam ter uitvoering van die taken is aangegaan. Daarnaast behoren tot de verplichte uitgaven van een openbaar lichaam de aflossing van schulden en rente en andere opeisbare schulden.
De genoemde geldmiddelen betreffen de normale middelen die de regio ieder jaar ter beschikking heeft. In artikel 50 van de WVR is tevens een bijstandsregeling opgenomen voor gemeenten en veiligheidsregio’s die daadwerkelijk te maken krijgen met de bestrijding van een ramp. De minister kan daarvoor een extra bijdrage leveren.
HOOFDSTUK 11ARCHIEFFUNCTIE EN OMBUDSFUNCTIE
Artikel 11.1Archiefbescheiden
Het algemeen bestuur heeft een archiefverordening vastgesteld. Als bewaarplaats van het statisch archief is de gemeente ’s-Hertogenbosch aangewezen.
Artikel 11.2Ombudsfunctie
Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht regelt de Klachtbehandeling. Dit hoofdstuk legt het recht vast voor burgers op een onafhankelijke behandeling van bestuursorganen. Deze is ook van toepassing op de bestuursorganen van alle gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regelingen vallen van rechtswege onder de Nationale Ombudsman tenzij in de gemeenschappelijke regeling zelf wordt aangegeven dat externe klachten behandeld worden via een ombudsvoorziening van één van de deelnemende gemeenten. In de regeling is ervoor gekozen voor invulling van de ombudsfunctie aansluiting te zoeken bij de ombudsvoorziening van de gemeente ’s-Hertogenbosch.
HOOFDSTUK 12 TOETREDEN, UITTREDEN, WIJZIGEN, OPHEFFEN
Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te bevatten omtrent de toetreding en uittreding (artikel 9 WGR). Op basis van artikel 9 van de WVR moeten de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in artikel 8 van die wet een gemeenschappelijke regeling treffen. Dit betekent dat een gemeente alleen kan toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling als de verdeling van de gemeenten in regio’s wordt gewijzigd. In dat geval zijn de gemeenten waarop de wijziging betrekking heeft zelfs verplicht om over te gaan naar een andere regeling.
In het geval dat de regeling wijzigt gelden de (financiële) bepalingen onder lid 2 van artikel 12.2. De Algemene reserve en zeker de bestemmingsreserves hebben een vastgesteld niveau voor bepaalde risico’ s en bestemmingen dat niet wijzigt doordat er een deelnemer uittreedt. Hier dient dan ook geen restitutie plaats te vinden. Als daarvoor wel wordt gekozen dienen de overige deelnemers dat weer aan te vullen.
Artikel 12.3Wijzigen
Brabant-Noord kent geen gewogen stemverhoudingen tussen de deelnemende rechtspersonen. Iedere gemeente heeft één stem.
Om stagnering in de besluitvorming te voorkomen als gevolg van veto’s van enkele deelnemers, geldt voor de huidige regeling reeds het principe dat de regeling alleen dan kan worden gewijzigd indien er sprake is van een 2/3 meerderheid.
Ten einde te voorkomen dat de kleine gemeenten door de grote gemeenten worden overvleugeld en vice-versa, dient bij toekomstige wijzigingen door deze meerderheid tevens 2/3 meerderheid van het aantal inwoners van de regio Brabant-Noord te worden vertegenwoordigd.
Voor de vaststelling van het aantal inwoners worden aangehouden de laatstelijk door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.
Artikel 12.4Opheffing
Op basis van artikel 9 van de WVR moeten de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in artikel 8 van de WVR een gemeenschappelijke regeling treffen. Dit betekent dat een regeling alleen kan worden opgeheven als daarmee een nieuwe regeling in werking treedt die voldoet aan de eis in de WVR.
HOOFDSTUK 13 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
De WGR schrijft voor dat de regeling een gemeente moet aanwijzen voor het contact met de provincie. In de regeling is gekozen voor de vestigingsgemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze keuze ligt voor de hand omdat de burgemeester van de gemeente ’s-Hertogenbosch als voorzitter van de Veiligheidsregio al de contactpersoon is voor de Commissaris van de Koning.