Tenzij deze beleidsregels anders bepalen, wordt de bijzondere bijstand verstrekt als een uitkering om niet.
De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt in de gevallen die worden genoemd in artikel 48, tweede lid van de wet en indien het bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen betreft als bedoeld in artikel 51 van de wet. In individuele situaties kan hiervan worden afgeweken.
Aan de belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf waarvan de waarde op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de hypothecaire schulden overtreft, verleent het college de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening als de bijzondere bijstand over de periode van één jaar naar verwachting meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21 en artikel 22.
Hoofdstuk
Artikel 4