De dichtstbijzijnde toegankelijke school is de school die naar afstand het dichtstbij gelegen is, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende (meest) begaanbare, veilige weg en passend bij de door ouders gewenste richting (dit gaat over levensbeschouwing). De vermelding bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) bepaalt de richting van de school.
Procedure toelating speciaal onderwijs
Een leerling die naar SBO, SO of VSO gaat, krijgt vooraf een toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband. De bepalingen in die toelaatbaarheidsverklaring kunnen een specifieke school aanwijzen, een specialisatie, of enkel “toegelaten tot het speciaal onderwijs.” Diemen volgt in beginsel de toelaatbaarheidsverklaring. Binnen de ruimte die er is, wordt wel alleen aangepast vervoer naar de dichtstbijzijnde school bekostigd.
Speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs cluster 3 en cluster 4
In de WPO is bepaald dat het samenwerkingsverband primair onderwijs beoordeelt of een leerling toelaatbaar is tot een speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband of tot het speciaal onderwijs van cluster 3 en cluster 4 (artikel 18a, zesde lid, van de WPO). Het samenwerkingsverband laat zich daarbij adviseren door deskundigen.
Voorgezet speciaal onderwijs
De WVO 2020 kent eveneens een dergelijke bepaling: het samenwerkingsverband voortgezet onderwijs beoordeelt of een leerling toelaatbaar is tot het voortgezet speciaal onderwijs (artikel 2.47, zevende lid, van de WVO 2020). Ook hier geldt dat het samenwerkingsverband zich daarbij laat adviseren door deskundigen.
Praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs
Sinds 1 augustus 2015 wordt het praktijkonderwijs en het leerwegondersteunend onderwijs in het passend onderwijs geïntegreerd; dan beslist het samenwerkingsverband of een leerling toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs of is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs.
Cluster 1 en 2
Voor instellingen voor cluster 1 en cluster 2 geldt een afwijkende procedure. In de WEC is bepaald dat de commissie van onderzoek beoordeelt of een leerling in aanmerking komt voor het onderwijs op de instelling óf op begeleiding vanuit de instelling, waarbij de leerling dan is ingeschreven op een andere school (artikel 41, tweede lid, van de WEC).
Tussenvoorziening
Leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs kunnen in het kader van passend onderwijs, tijdelijk een lessenaanbod of programma op een locatie van een tussenvoorziening volgen, die mogelijk formeel geen schoollocatie is. Een vervoersvoorziening heeft op grond van deze verordening in beginsel alleen betrekking op het vervoer tussen de woning en de school, reden waarom ervoor is gekozen om bij gebreke van een wettelijke grondslag de tussenvoorziening hier te definiëren.
Wachtlijst dichtstbijzijnde toegankelijke school
Wanneer de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is voor een leerling omdat de school vol is, wordt een vervoersvoorziening toegekend naar de eerstvolgende dichtstbijzijnde, toegankelijke school. De aanspraak op vervoer naar deze verder weg gelegen school blijft daarna bestaan, ook wanneer er geen wachtlijst meer is voor de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De reden voor deze uitzondering op de regel is dat het college wil bijdragen aan een stabiele schoolloopbaan voor leerlingen.
Ouders kiezen voor een andere school dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school
In de regel vindt de bekostiging plaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Wanneer ouders kiezen voor een school die op grotere afstand ligt dan de school dichterbij, verstrekt het college een bekostiging tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Aanvullende kosten voor vervoer naar de verder weggelegen school zijn voor rekening van de ouders. In de situatie waarin gekozen wordt voor een verder weggelegen school dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school, is de voorziening in de vorm van aangepast vervoer niet mogelijk.
Hoogbegaafde leerlingen
Reguliere basisscholen moeten ook aan leerlingen die meer- en hoogbegaafd zijn extra ondersteuning aanbieden. In het schoolondersteuningsprofiel staat welke extra ondersteuning de school kan bieden aan leerlingen. Het Samenwerkingsverband primair onderwijs Amsterdam-Diemen biedt extra ondersteuning aan leerlingen met kenmerken van hoogbegaafdheid en ernstige bijkomende leer- en gedragsproblemen (arrangement dubbel bijzondere leerlingen). Een hoogbegaafdheidsspecialist adviseert de school (en ouders) over een passend aanbod voor deze dubbel bijzondere leerlingen.
In het voortgezet onderwijs zijn scholen zelf verantwoordelijk voor onderwijs op maat aan meer- en hoogbegaafde leerlingen. Alle scholen voor voortgezet onderwijs, die aangesloten zijn bij het samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen, bieden ondersteuning en begeleiding aan meer- en hoogbegaafde leerlingen. Begaafde leerlingen komen op alle schooltype voor, ook op het vmbo en in het voortgezet speciaal onderwijs. Het college verstrekt geen vervoersvoorziening op rond van hoogbegaafdheid.
Hoogbegaafdheid is geen reden om vervoer naar een andere school dan de dichtstbijzijnde toegankelijke te bekostigen, tenzij de noodzaak hiervan overtuigend wordt aangetoond aan het college. In dit geval moeten ouders een rapportage meesturen met de aanvraag, waaruit opgemaakt kan worden dat de leerling geen passend onderwijs kan volgen op de eigen school. Uit de rapportage voor leerlingen op het primair onderwijs kan opgemaakt worden dat:
De leerling hoogbegaafd is;
Er sprake is van een ondersteuningsvraag op niveau 4 of 5 (zware ondersteuning buiten de klas);
De begeleiding niet kan plaatsvinden op de eigen school.
De rapportage is opgesteld door een deskundige die onafhankelijk is. De school van de leerling moet verklaren geen passende verdiepings- en verrijkingsstof aan te kunnen bieden. Van het samenwerkingsverband wordt een verklaring verlangd dat de leerling op alle dichterbij gelegen scholen geen passend onderwijsaanbod kan krijgen.
Artikel 3.1
Dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school
Onderdeel van Beleidsregels en nadere regels Vervoer naar en van school gemeente Diemen 2024