**1..** Burgemeester en wethouders kunnen een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van maximaal twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering.
**2..** Het doel van een proefplaats is de inschakeling in arbeid van de persoon bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet.
**3..** Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als:
de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is;
Burgemeester en wethouders verwachten dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling;
de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en
de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaats, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen de toestemming bedoeld in het eerste lid weigeren als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaats kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaats sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet.
**5..** Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten.
Hoofdstuk 3
Artikel 7.
Proefplaats
Onderdeel van Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht