In het uiterste geval kan, na bestuurlijke afweging, de normstelling verruimd worden met 5 of 10 dB(A). Een verzoek hiertoe dient door de aanvrager, naast het verplichte akoestisch onderzoek, voorzien te worden van aanvullende argumenten waaruit blijkt dat in redelijkheid al het mogelijke is gedaan de geluidemissie tot een minimum te beperken.
Dit biedt tevens de mogelijkheid om aan te sturen op „kort, maar hevig‟ dat in het algemeen de voorkeur heeft boven „veel, maar niet hevig, lawaai van lange(re) duur‟.
Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de werkzaamheden niet vergunbaar zijn binnen de normstelling, zoals gepresenteerd in paragraaf 5.1, kan worden nagegaan of de aanvrager bereid is om de omwonenden compenserende maatregelen aan te bieden. Het door de aanvrager aan omwonenden aanbieden en bekostigen van overnachtingen elders zou een mogelijke compenserende maatregel kunnen zijn. Het ontbreken van deze bereidheid kan een weigeringgrond zijn voor de ontheffing APV.
Hoofdstuk › Paragraaf 4
Artikel 4.7
Uitzonderingssituaties
Onderdeel van Gemeentelijk geluidbeleid Duiven