In deze paragraaf wordt meer gedetailleerd ingegaan op de concrete formuleringen van het beoordelingspunt in vergunningen, mede vanwege het belang dat de geluidsvoorschriften eenduidig zijn en dat van tevoren vaststaat dat er aan voldaan kan worden. Daarbij zijn te onderscheiden:
de plaats van de beoordelingspunten;
de (meet-) en beoordelingshoogte;
de gevelreflectie;
2.4.1Plaats van de beoordelingspunten
In de meeste gevallen zullen de punten gelegen zijn 'ter plaatse van de gevel' van de geluidgevoelige bouwwerken dan wel in een bepaald gebied (bos, wandelgebied en dergelijke). Ten behoeve van de handhaving kan het echter verstandiger zijn om de beoordelingspunten op een andere plaats te leggen. Dit is bijvoorbeeld het geval als er veel stoorgeluid is dat een directe immissiemeting belemmert.
In die gevallen kan er voor worden gekozen om een getalsmatige norm op te leggen op een punt (zogeheten referentiepunt) dat gelegen is tussen de geluidsbron (c.q. de inrichting) en het te beschermen object. Met zogeheten extrapolatieberekeningen kan dan worden vastgesteld wat de geluidsbelasting is ter plaatse van het te beschermen object.
2.4.2Beoordelingshoogte
Bij geluidsimmissie afkomstig van bedrijven op niet-gezoneerde bedrijventerreinen is de beoordelingshoogte afhankelijk van de te beschermen verblijfsruimte en afhankelijk van de periode van het etmaal.
Als regel (voor de standaard eengezinswoning) betekent dat, dat in de dagperiode een meethoogte kan worden aangehouden van 1,5 meter boven maaiveld, aangezien de buitenruimten en de woonkamers dan voornamelijk de te beschermen ruimten zijn. In de avond-en nachtperiode kan dat een hoogte van 5 meter zijn, ter bescherming van slaapruimten.
In een aantal situaties zal een andere hoogte meer in de rede liggen, als de te beschermen ruimten op een andere hoogte liggen, bijvoorbeeld in het geval van:
woningen in een flatgebouw of woningen boven winkels of garages; als beoordelingshoogte moet in de dagperiode dan 1,5 meter boven de vloer van de betreffende woning worden aangehouden;
bungalows en andere bouwwerken met één bouwlaag; een beoordelingshoogte van 1,5 meter in alle perioden volstaat dan;
andere geluidgevoelige objecten dan woningen (zoals scholen, ziekenhuizen en dergelijke): ook hier zal per periode moeten worden bezien op welke hoogte de hinder daadwerkelijk wordt ondervonden.
Een en ander houdt dus ook in dat in vergunningen voor de dagperiode een andere beoordelingshoogte kan gelden dan voor de avond- en nachtperiode.
2.4.3Gevelreflectie
In het verleden was het regel dat bij bedrijven de zogeheten gevelreflectie in de beoordeling werd betrokken. Dat betekende dat zowel het zogeheten invallende geluid werd gemeten, alsook het teruggekaatste geluid. Doel hiervan was om buitenruimten (tuinen, balkons) voldoende te beschermen.
Het toepassen van de gevelreflectie, welke tot gevolg had dat de berekende geluidsbelasting maximaal 3 dB(A) hoger uitviel, gold niet voor bedrijven op geluidsgezoneerde industrieterreinen. Deze rechtsongelijkheid werd als inconsequent ervaren. Bovendien werd in veel gevallen de vraag gesteld naar de zin van gevelreflectie.
In de meeste situaties kunnen geluidsvoorschriften gesteld worden, zonder daarbij de gevelreflectie te betrekken. Indien de ruimte vóór de gevel is ingericht voor buitenverblijf (tuin) zal in de dag- en avondperiode gevelreflectie evenwel betrokken kunnen worden bij de bepaling van de geluidsimmissie. In de motivatie dient opgenomen te worden waarom de gevelreflectie van belang is en voor welke periode(n) deze geldt.
Hoofdstuk › Paragraaf 2.
Artikel 2.4
Het beoordelingspunt
Onderdeel van Gemeentelijk geluidbeleid Duiven