Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2.

Artikel 2.3

Representatieve bedrijfssituatie

Onderdeel van Gemeentelijk geluidbeleid Duiven

Geluidsvoorschriften dienen (mede) te zijn afgestemd op de geluidsemissie die de inrichting onder normale omstandigheden veroorzaakt, veelal aangeduid als de representatieve bedrijfssituatie (RBS). Het gaat hier om de beoordelingsgrootheden die representatief zijn voor de geluidsemissie. Bij inrichtingen waarvan die emissie in hoofdzaak wordt bepaald door constante geluidsbronnen (bijvoorbeeld ventilatoren) geeft het vaststellen van de RBS geen problemen. Anders ligt dat bij inrichtingen waarbij er sprake is van discontinue bedrijfssituaties, voortdurend wisselende activiteiten en dergelijke. De representatieve bedrijfssituatie zal in dat geval betrekking hebben op een voor de geluiduitstraling kenmerkende bedrijfsvoering bij volledige capaciteit van de inrichting. Daarnaast kunnen zich regelmatige en incidentele afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie voordoen. Van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld welke situatie als representatieve bedrijfssituatie moet worden gezien. 2.3.112 dagen-criterium (niet-representatieve bedrijfssituaties) Het is in de jurisprudentie inmiddels geaccepteerd dat ontheffing kan worden verleend om maximaal 12 maal per jaar (uitgangspunt is dat het per keer steeds gaat om één, aaneengesloten, periode van maximaal een etmaal) activiteiten uit te voeren die meer geluid veroorzaken dan de geluidgrenzen voor de RBS uit de vergunning. Het gaat dan om bijzondere activiteiten (incidentele bedrijfssituaties), welke niet worden gerekend tot de RBS. Dat wil niet zeggen dat daaraan geen limiet gesteld kan worden: jurisprudentie en BBT-beginsel (zie ook hoofdstuk 1.5) vereisen dat in deze gevallen wordt nagegaan in hoeverre de hinder kan worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door minder dan 12 ontheffingen te verlenen, meldplicht vast te stellen, maximale geluidgrenzen op te leggen of de duur van de ontheffing te beperken. Overigens is de ontheffing tot maximaal 12 activiteiten geen recht. De vergunningverlener zal steeds een afweging van belangen moeten maken. Derhalve moeten, indien mogelijk, de genoemde (verzoeken om) toepassing van het "12 dagencriterium" reeds bij de aanvraag worden omschreven, zodat ook derden zich daarover kunnen uitspreken.

Rechtspraak bij dit artikel