Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 5.3

Artikel 5.5

Woningkwaliteit

Onderdeel van Gemeentelijk geluidbeleid Duiven

Uit alle landelijke onderzoeken die op het gebied van geluidhinder zijn verricht blijkt dat overlast door het geluid van de „buren‟ hoog scoort. Men hoeft slechts te denken aan het geluid van de muziekinstallatie en het getik van naaldhakken op een parketvloer. Niet zelden leiden dergelijke geluiden uiteindelijk tot verstoorde verhoudingen tussen buren. Circa 40% van de Nederlanders wordt regelmatig door geluiden van de buren gehinderd, waarvan 22% zelfs ernstig. Het aantal Nederlandse huishoudens dat geluidhinder ondervindt van de buren is in vijf jaar tijd met meer dan 50% toegenomen. Dit landelijke beeld wordt bevestigd door het door Intomart uitgevoerde onderzoek naar Leefbaarheid en Veiligheid in de regio Gelderland-Midden, in opdracht van de politie Regio Gelderland-Midden4. Voor een deel heeft het probleem een sociale component. Er is echter ook een technische invalshoek: hoe beter de geluidsisolatie tussen woningen is, des te kleiner is de kans op geluidhinder. In bestaande woningen is de geluidsisolatie een gegeven; hier liggen voor de gemeente geen of nauwelijks aangrijpingspunten voor verbetering. In nog te bouwen woningen is dat anders. De eisen voor nieuwbouwwoningen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Hierin worden onder meer eisen gesteld aan isolatie van luchtgeluid en van contactgeluid tussen aangrenzende woningen. Betere geluidsisolatie tussen woningen kan leiden tot afname van het aantal gehinderde. Dit is gedeeltelijk te bewerkstelligen door hogere technische eisen5Zie: Handboek Woonkeur, Nationaal certificaat voor nieuwbouwwoningen, mei 2000, ISBN 90-5293-167-X, Pluspakket gebruikskwaliteit, W.1, geluidsisolatie te stellen aan de geluidsisolatie tussen woningen. Het Bouwbesluit6Bouwbesluit 7 augustus 2001, Stb. 410, 2001, afdeling 3.5 („Bouwbesluit 2003‟) voorziet hierin voor een deel: vanaf 1 april 2002 is de norm ten aanzien van de isolatie van contactgeluid verscherpt. De Duivense praktijkervaring is dat bij eengezinswoningen (zowel voor de vrije sector als voor de betaalbare bouw) geen noemenswaardige klachten over een slechte akoestische woningkwaliteit (gehorige woningen) worden ervaren. Dit is de reden waarom aan bouwvergunningen voor deze typen woningen de gemeente geen nadere aandacht aan dit aspect wil besteden. Beleidsuitspraak: De gemeente Duiven gaat geen actie ondernemen om bij bestaande bouw de akoestische woningkwaliteit te verbeteren. Bij bouwvergunningverlening voor appartementencomplexen en voor hoogbelaste woningen (waarvoor hogere grenswaarden zijn vastgesteld) wil Duiven wel extra aandacht besteden aan dit aspect. De meerwaarde hiervoor kan gevonden worden bij het verlangen van nadere detaillering (onder andere ontkoppeling van vloerdelen bij appartementen, dit kan bij de plantoetsing geschieden. Meer details aanleveren en daarop toetsen kost geen extra menskracht. Beleidsuitspraak: Bij de bouw van hoogbelaste woningen en appartementencomplexen wordt van de bouwaanvrager nadere akoestisch relevante detaillering verlangd; Bij bouwplantoetsing en bij het houden van toezicht op de bouwplaats besteedt Duiven uitdrukkelijk aandacht aan deze akoestisch relevante detaillering Vergunningsvrije bouwwerken of bouwwerken waar een lichte bouwvergunning aan ten grondslag ligt, zullen niet nader worden getoetst op akoestische eisen. Ook niet indien de woning binnen de zone van een weg ligt of langs een drukke 30 km/uurweg. Dit zou immers een relatief grote inspanning van het ambtelijk apparaat vereisen zonder dat dit een grote meerwaarde tot gevolg heeft.

Rechtspraak bij dit artikel