Toelichting handhavingsmatrix

Het juiste en consequente gebruik van het DOR is een belangrijke voorzorgsmaatregel die een handelaar dient te nemen ter voorkoming van handel in gestolen goederen. Het niet voeren van een in- en/of verkoopregister kan worden gezien als een weigering van de handelaar om verantwoordelijkheid te nemen voor het verkleinen van de afzetmarkt van gestolen goederen. Daarmee is het mogelijk dat de handelaar een faciliterende rol speelt bij de handel in gestolen goederen. Ook het aantreffen van goederen die niet zijn geregistreerd, is hier een aanwijzing voor. Bij constatering van deze overtredingen wordt de hoogte van de last onder dwangsom vastgesteld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Met het onjuist bijhouden van het in- en/of verkoopregister wordt bedoeld het foutief en/of onvolledig registreren van goederen of verschrijvingen in NAW-gegevens. Dit bemoeilijkt namelijk de opsporing. Het consequent onjuist of niet bijhouden van het in- en/of verkoopregister kan duiden op opzet of onkunde van de handelaar. Ook met dat onderscheid wordt rekening gehouden.

OvertredingOmschrijvingBestuurlijke maatregel bij constateringen binnen twee jaar
Artikel 2.5.2 eerste lid APV Artikel 2 tweede lid UitvoeringsbesluitEr is geen in- en/of verkoopregister. Er worden niet geregistreerde goederen aangetroffen.Eerste constatering: Schriftelijke waarschuwing Tweede constatering: Opleggen last onder dwangsom Derde constatering: Invorderen verbeurde dwangsom en sluiting gelasten voor één maand Volgende constatering(en): Sluiting gelasten voor een periode
Artikel 2.5.2 eerste lid APV Artikel 2 tweede lid UitvoeringsbesluitIn- en/of verkoopregister wordt niet bijgehouden in een gewaarmerkt registerEerste constatering: Schriftelijke waarschuwing Tweede constatering: Opleggen last onder dwangsom van €1.000. Derde constatering: Invorderen verbeurde dwangsom en opleggen last onder dwangsom van €2.500. Vierde constatering: Invorderen verbeurde dwangsom en sluiting gelasten voor één maand Volgende constatering(en): Sluiting gelasten voor één maand
Artikel 2.5.2 eerste lid onder a t/m e APV Artikel 2 tweede lid UitvoeringsbesluitIn- en/of verkoopregister wordt niet juist bijgehouden in een gewaarmerkt registerEerste constatering: Schriftelijke waarschuwing Tweede constatering: Opleggen last onder dwangsom van €1.000. Derde constatering: Invorderen verbeurde dwangsom en opleggen last onder dwangsom van €2.500. Volgende constatering(en): Invorderen verbeurde dwangsom en sluiting gelasten voor één maand

OVERIGE OVERTREDINGEN

Naast het bijhouden van een registratie in het DOR zijn handelaren gebonden aan enkele andere voorschriften. Zo zijn handelaren verplicht mee te werken aan een controle en op eerste aanvraag de (handels)administratie of het register ter inzage te geven. Ook zijn handelaren verplicht goederen drie dagen te bewaren in de staat waarin deze zijn verkregen, zodat opsporing door de politie mogelijk is.

OvertredingOmschrijvingBestuurlijke maatregel
Artikel 2.5.3 onder b APVGeen medewerking verlenen bij controle van het verkoopregisterEerste constatering: Schriftelijke waarschuwing Tweede constatering: Opleggen last onder dwangsom van €10.000. Derde constatering: Invorderen verbeurde dwangsom en sluiting gelasten voor één maand Volgende constatering(en): Sluiting gelasten voor een periode
Artikel 2.5.3 onder d APVVervreemding of verandering van het goed binnen drie dagen na verkrijgingEerste constatering: Schriftelijke waarschuwing Tweede constatering: Opleggen last onder dwangsom van €5.000. Derde constatering: Invorderen verbeurde dwangsom en opleggen last onder dwangsom van €10.000. Vierde constatering: Invorderen verbeurde dwangsom en sluiting gelasten voor één maand Volgende constatering(en): Sluiting gelasten voor een periode

Tot slot zijn handelaren verplicht om de burgemeester te informeren over onder meer het gegeven dat het vak van handelaar wordt uitgeoefend en op welk adres de handelaar is gevestigd. Ook wijzigingen dienen te worden doorgegeven. Daarnaast moet aan de buitenkant van het gebouw waarin de handelaar gevestigd is duidelijk zichtbaar zijn dat daarin een handelaar als bedoeld in artikel 2.5.1 APV actief is. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in artikel 2.5.3 onder a en 2.5.3 onder c van de APV.

OvertredingOmschrijvingBestuurlijke maatregel
Artikel 2.5.3 onder a APV Artikel 2.5.3 onder c APVGeen schriftelijke opgave gedaan van woonadres en/of handelslokaliteit(en) dan wel wijzigingen binnen gestelde termijn i.v.m. een beroep of gewoonte maken van het opkopen De naam en aard niet zichtbaar hebben op de hoofdingang van de vestigingEerste constatering: Schriftelijke waarschuwing Tweede constatering: Opleggen last onder dwangsom van €1.000. Derde constatering: Invorderen verbeurde dwangsom en opleggen last onder dwangsom van €2.500. Volgende constatering: Invorderen verbeurde dwangsom en sluiting gelasten voor één maand.

MAATWERK BIJ HET OPLEGGEN VAN MAATREGELEN (NIET LIMITATIEF):

De burgemeester is in ieder geval bevoegd van het voorgaande af te wijken indien:

  • - meerdere overtredingen uit de handhavingsmatrix tijdens dezelfde controle worden geconstateerd;
  • - de omvang en eventuele gevolgen van de overtreding of overtredingen daarom vragen;
  • - er strafbaar gestelde handelingen anders dan die uit de handhavingsmatrix gelijktijdig worden begaan.