Voor het beleid voor windturbines tot een masthoogte van 15 m in Achtkarspelen komen we tegen de achtergrond van bestaande Visie ruimtelijke kwaliteit en de voorstudie met simulaties in verschillende landschapstypen en bij verschillende boerderij erven tot de volgende slotsom.
Deze windturbines zijn goed in te passen op boerderij erven. We houden erven daarbij zo compact mogelijk en sluiten aan bij de hiërarchie op het erf; representatief aan de voorzijde en ondersteunde functies zoveel mogelijk aan de achterzijde, achter de oorspronkelijke boerderij bebouwing. Ook plaatsen we een windturbine bij voorkeur in het bouwvlak of in directe aansluiting daarop. Dit vindt de provincie Fryslân ook een belangrijke voorwaarde.
Bij de op provinciaal niveau toegestane masthoogte van 15 meter is een wieklengte van 7 meter en van 8 meter acceptabel. Wordt de wieklengte langer, dan wordt de verhouding rotor/mast onevenwichtig en wordt de windturbine als het ware “topzwaar”. De wieklengte wordt dan namelijk structureel langer dan de helft van de mastlengte. Wieklengtes langer dan 8 meter willen we daarom niet toestaan.
Meer in het algemeen gesteld is het zo dat het menselijk oog graag bepaalde rust en verhoudingen ziet. Iets wat topzwaar lijkt is in potentie gevaarlijk. Iets wat in drie min of meer gelijke delen is opgedeeld geeft een bepaalde rust. Naarmate waarneemafstanden groter worden, worden deze grondbeginselen minder relevant.
Hebben we een masthoogte van 15 meter, dan levert een wieklengte van 7,5 meter een perfecte verdeling in het beeld en is de turbine niet topzwaar. Wieklengtes van 7 en 8 meter zitten daar dichtbij en zijn daarmee ook acceptabel (zie voor dit principe de afbeelding op de navolgende bladzijde).
Is de masthoogte slechts 10 meter, dan geeft een wieklengte van 5 meter een perfecte verdeling maar zijn afwijkingen van maximaal 0,5 meter naar boven of beneden ook acceptabel. Dit soort turbines zullen overigens wat minder vaak voorkomen omdat de opbrengst beduidend lager is.
Tweewieksmolens met wieklengtes van 10 meter zijn om bovengenoemde reden maar ook door een relatief onrustig draaibeeld niet gewenst. Een ander nadeel van deze lange wieken is, dat de windvangst in veel gevallen lager wordt. Omdat beplanting en/of bebouwing de windvang eerder beperkt. Een tweewieksmolen met de juiste verhoudingen (bijvoorbeeld een ashoogte van 15 meter en wieken tot 8 meter lengte) kan eventueel worden toegestaan bij uitzonderlijke lange erven in een besloten landschap waar het onrustige draaibeeld vanaf de openbare ruimte niet of nauwelijks opvalt.
Een windturbine bij een boerderij erf maakt deel uit van het agrarische bedrijf. Dit moet ook blijken door samenhang op het erf. Deze samenhang ontstaat in sterke mate als boerderij erven aan meerdere zijden erfbeplanting hebben. En ook als de windturbine in de buurt van de gebouwen wordt geplaatst. We stellen dan ook dat een windturbine in of direct aansluitend op het bouwvlak moet worden gesitueerd. Erfbeplanting kan daarbij sterk ondersteunend zijn, vooral in de open en halfopen landschappen. Toepassing van struiken tot een meter of 4 is daarbij het meest wenselijk omdat hogere beplanting de windvang negatief beïnvloedt. In besloten landschappen kan het zijn dat door de ligging aan beplante wegen en door aanwezigheid van veel perceelsrandbeplantingen het erf al ingepast is.
Indien erven niet of nauwelijks zijn beplant en er geen sprake is van een dicht patroon van perceelsrandbeplantingen, moet in het kader van de plaatsing van een windturbine een erfinrichtingsplan worden gemaakt dat de samenhang van het boerderij erf en de windturbine ondersteunt.
Maximale wieklengte in relatie tot de ashoogte. Bij ashoogtematen anders dan eindigend op een hele of halve meter mag voor de berekening van de maximale wieklengte omhoog worden afgerond op halve meters voor de betreffende ashoogte. Dit doen we rekening houdend met de maximale toegestane ashoogte van 15 meter. Voor de berekening van de maximale wieklengte wordt dan de helft van de afgeronde as-hoogte + 0,5m aangehouden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Naar beleid voor windturbines tot een ashoogte van 15 m
Onderdeel van Regels omtrent het uiterlijk van bouwwerken zijnde windmolens in Achtkarspelen