Naar hoofdinhoud
(artikelen 3a en 3b Leerplichtwet) De leerplichtambtenaar besluit namens het college over aanvragen tot het toestaan van vervangende leerplicht, als bedoeld in de artikelen 3a en 3b van de wet. Blijkt aan de leerplichtambtenaar dat een jongere vermoedelijk in de omstandigheden verkeert als bedoeld in artikel 3a dan wel 3b van de wet, dan draagt de leerplichtambtenaar er zorg voor dat de noodzakelijke gesprekken met betrekking tot het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de praktijktijd (artikel 3a) dan wel arbeid van lichte aard te verrichten naast en in samenhang met het onderwijs (artikel 3b) binnen 10 werkdagen worden gevoerd. De leerplichtambtenaar zorgt ervoor dat de afspraken die in de gesprekken worden gemaakt schriftelijk worden vastgelegd. Hij draagt er zorg voor dat de vastgelegde afspraken in het leerlingdossier worden opgenomen en dat degenen die betrokken zijn bij het ontwerpen van het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de inrichting van de praktijktijd dan wel de arbeid van lichte aard binnen vijf werkdagen over de gemaakte afspraken worden geïnformeerd. De leerplichtambtenaar ziet er op toe dat de onderwijsinstelling het onderwijs- en begeleidingsprogramma op voor hen begrijpelijke wijze aan de ouders en de jongere uitlegt en er voor zorgt voor dat de ouders het verzoek tot het toestaan van vervangende leerplicht ondertekenen en indienen. De leerplichtambtenaar zorgt voor een goede informatieverstrekking aan het districtshoofd van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel