1. Een bestuurder vervult geen nevenfuncties die een risicovormen voor een integere invulling van de politieke functie.
2. Een bestuurder levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Als gaande het lidmaatschap een nieuwe nevenfunctie wordt aanvaard of de omstandigheden met
betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één maand aangeleverd bij de gemeentesecretaris.
3. De informatie betreft in ieder geval:
a. de omschrijving van de (neven)functie;
b. de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht;
c. wat het (verwachte) tijdsbeslag is;
d. of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het ambt;
e. of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is;
f. indien bezoldigd – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden - wat de inkomsten daaruit zijn (bij voltijdsbestuurders).
4. De gemeentesecretaris legt een register aan voor de bestuurders en beheert deze. De nevenfuncties van bestuurders zijn openbaar en via de gemeentelijke website te raadplegen.
5. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de gemeenteraad.
6. Een bestuurder behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen ten goede aan de kas van gemeente. Voor een voltijdsbestuurder vindt verrekening plaats met inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties.