1. Een bestuurder zorgt ervoor dat de vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.
2. Een bestuurder houdt geen informatie achter.
3. Een bestuurder verstrekt geen informatie die vertrouwelijk of geheim is dan wel mag aannemen dat die dat karakter draagt.
4. Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet-openbare informatie.
5. Een bestuurder gaat verantwoord om met de e-mail- en internetfaciliteiten alsmede met de sociale media van en over de gemeente.