3.2.1. Eengezinswoningen (grondgebonden woningen)
De grondprijs voor de woningen vallend in de categorie ’vrije sector’ stellen we in principe vast op basis van de residuele grondwaardemethode. Ten behoeve van de vast te stellen gemeentelijke grondexploitaties en/of eventuele exploitatieplannen hebben we op basis daarvan een marktconforme grondprijs per woningtype vastgesteld. Dit resulteert in een bandbreedte in VON-prijzen en in een bandbreedte in de grondprijzen (uitgedrukt in een prijs per kavel). Deze marktconforme grondprijs is vorig jaar bepaald op basis van verkochte woningen in de diverse projecten in Kampen (gegevens uit het Kadaster). Daarnaast zijn de bouwkosten van een aantal referentiewoningen bepaald. Het residu van de daadwerkelijke gerealiseerde transactieprijzen en de ingeschatte bouwkosten levert de kavelprijs per woning op.
Ter stimulering van de starters op de koopwoningmarkt komen starters in aanmerking voor de starterslening met een maximum van € 30.000,-. Het maximale aankoopbedrag van de nieuwe of bestaande woning die wordt aangekocht is gelijk aan de categorie ‘goedkoop’ uit de Nota Grondprijzen. Na vaststelling van deze nota is dit € 287.000 (inclusief kosten koper). Voor verdere informatie over dit onderwerp wordt verwezen naar de website van de gemeente Kampen.
Bij de uitgifte van bouwkavels nemen we de grondprijs per kavel als uitgangspunt. Voor de grondprijs per project blijft maatwerk mogelijk. Uitgangspunt daarbij is altijd de reële marktwaarde van de grond. De minimale gemiddelde kavelprijs in de categorie goedkoop, is minimaal gelijk aan grondprijs voor de sociale grondgebonden huurwoningen.
Tabel 4: Grondprijzen exclusief btw, grondgebonden woningbouw sociale koop en vrije sector 2024.
3.2.2. Meergezinswoningen (appartementen)
De grondprijs voor meergezinswoningen (appartementen) in de categorie ‘vrije sector’ wordt ook vastgesteld op basis van de residuele grondwaardemethode. Doordat dit type woningen zeer specifiek is, wordt de grondwaarde bepaald door een extern (taxatie)bureau. Uitgangspunt is dat de minimale grondprijs niet lager is dan de grondprijs bij de sociale meergezinswoningen (zie tabel 3), uiteraard blijft maatwerk mogelijk.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Sociale koop en vrije sector woningbouw (projectmatig)
Onderdeel van Nota Grondprijzen 2024