Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 21

Voorzieningen

Onderdeel van Verordening financieel beheer en beleid gemeente Den Haag

1.. Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. 2.. Alleen voorzieningen die samenhangen met heffingen en die mede dienen ter egalisatie van kosten kunnen tijdelijk negatief staan. Voorwaarden hiervoor zijn: de voorziening wordt onder onderbouwd door meerjarenplan; waaruit blijkt dat de voorziening binnen afzienbare tijd weer een positieve stand heeft. 3.. Bij het vertrekken van leningen en garanties aan derden wordt een voorziening gevormd uit het betreffende beleidsprogramma. 4.. Voor middelen afkomstig van derden met een specifiek bestedingsdoel wordt een voorziening gevormd. Uitzondering hierop vormen middelen met een specifiek bestedingsdoel afkomstig van nationale en Europese overheden. Deze middelen worden conform het BBV via de exploitatie en overlopende activa/passiva verantwoord. 5.. Een voorziening ingesteld met middelen van derden: wordt onderbouwd en gekwantificeerd door een meerjarenplan; legt het bestedingspatroon daardoor vast; mag een boekjaaroverschrijdend bestedingspatroon hebben, mits dit in het meerjarenplan is aangegeven; Het meerjarenplan: vormt een onderdeel van de begroting; wordt minimaal voor vier jaar opgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel