Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 20

Reserves

Onderdeel van Verordening financieel beheer en beleid gemeente Den Haag

1.. De volgende categorieën reserves worden onderscheiden: Algemene reserve: Niet geoormerkte middelen die dienen om tegenvallers te bekostigen zonder dat de begroting en het beleid (direct) aangepast hoeven te worden; Dienstcompensatiereserve: dient om dienstnadelen op te vangen of om incidentele uitgaven te dekken ten behoeve van de bedrijfsvoering; Reserve Grondbedrijf: dient om winsten of autonome verliezen te verrekenen als gevolg van resultaten en (tussentijdse) financiële bijstellingen van grondexploitaties; (Tarief)egalisatiereserve: dient om ongewenste schommelingen op te vangen bij de tarieven die aan derden en intern in rekening worden gebracht; Activareserve: bij de CT centraal gehouden reserve die dient ter dekking van kapitaallasten; Systeemreserve: specifiek door de raad benoemde reserves die dienen voor het verrekenen van saldi van een specifiek benoemde taak binnen een begrotingsjaar; Uitvoeringsreserve: reserve die dient om financiering van nader in te vullen projecten op een specifiek beleidsterrein mogelijk te maken; Projectreserve: reserve die dient ter dekking van een specifiek doel of project; Overige bestemmingsreserves. 2.. Instelling reserve Reserves worden ingesteld bij raadsbesluit. Bij een voorstel voor de instelling van een reserve dient minimaal te worden aangegeven: doel van de reserve; motief voor de instelling; voeding ervan; maximale hoogte; looptijd; bestedingsraming/planning voor de komende jaren. Bij een voorstel voor de instelling van een reserve vallend onder de categorie opgenomen in lid 1 onder h dient te worden aangegeven het unieke begrotingsproduct waar deze reserve aan gekoppeld is; Aanpassing van één of meerdere van de bij lid b en c genoemde punten vergt een raadsbesluit. 3.. Looptijd reserve Na afloop van de looptijd valt een reserve vrij. Reserves, waarvan het doel is gerealiseerd en middelen resteren, vallen vrij, ook als de looptijd van de reserve nog niet is verstreken. Dit geldt ook voor reserves waarbij vast staat dat het doel niet gerealiseerd kan worden. De vrijval hoeft niet begroot te zijn. De looptijd van een reserve met een specifiek aangegeven doel zoals aangegeven bij categorie h is maximaal drie jaar. 4.. Verrekening met reserves Voor categorieën opgenomen in lid 1 onder d, e en f  van dit artikel geldt dat de saldi voor resultaatsbepaling ten gunste of ten laste van de betreffende reserve mogen worden gebracht. In de toelichting bij het programma dient het verrekende saldo expliciet toegelicht te worden; Voor de categorie opgenomen in lid 1 onder h  van dit artikel geldt dat een overschrijding van de begrote onttrekking is toegestaan, mits is voldaan aan de door het Platform rechtmatigheid gestelde eisen. Voor de reserves Grote projecten, Krachtwijken, Co-financiering, aanpak van de recessie, digitalisering Leyweg, concernbrede ICT-systemen, Den Haag Internationale Stad en Frictiekosten geldt dat niet bestede middelen (ten opzichte van de begroting) voor resultaatsbepaling naar de reserve terugvloeien. In de betreffende dienstjaarrekening wordt expliciet de werkelijke last verantwoord. 5.. Reserves mogen niet negatief zijn met uitzondering van categorie b. Het college doet de raad een voorstel voor het wegwerken van de negatieve stand.

Rechtspraak bij dit artikel