Naar hoofdinhoud
1.. Een subsidie bedraagt maximaal voor: kosten van een buurtpreventieteam: een bedrag van € 0,10 per bewoner in de desbetreffende statistische buurt met als peildatum 1 januari van voorgaand jaar; en een bedrag van € 10,- per buurtprevent met als peildatum 1 januari van voorgaand jaar, waarbij voor onderdelen i en ii gezamenlijk in ieder geval € 450,- kan worden verleend; huisvestingskosten van een steunpunt 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 6.000,-; activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c: voor een bewonersorganisatie € 3,- per bewoner vermenigvuldigd met het inwoneraantal dat wordt vertegenwoordigd door de desbetreffende bewonersorganisatie, waarbij in ieder geval € 1.000,- kan worden verleend; voor een stadsdeelorganisatie 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 7.000,-; voor een ondernemersorganisatie 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 3.000,-; organisatiekosten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1500,-; activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,-; het opstarten van een nieuwe bewonersorganisatie of ondernemersorganisatie 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 1.000,-; activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c €1.000,-. 2.. In aanvulling op het eerste lid, onderdeel c, onderdeel i, kan het college, indien binnen een statistische buurt meerdere bewonersorganisaties actief zijn, om het inwoneraantal dat door de bewonersorganisatie daadwerkelijk wordt vertegenwoordigd te bepalen, een bewonersorganisatie verplichten een wijkraadpleging te houden, op basis waarvan het draagvlak voor de bewonersorganisatie bepaald kan worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel