Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt jaarlijks voor aanvang van het tijdvak waar de activiteiten van deze subsidieregeling betrekking op hebben, het subsidieplafond vast binnen de door de raad vastgestelde begroting. Deelplafonds worden vastgesteld voor: jaarlijkse subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid; eenmalige subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid onder a en b; eenmalige subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c. 2.. Indien het bedrag waarvoor op grond van deze regeling subsidie zou moeten worden verleend, groter is dan het op grond van het eerste lid vastgestelde subsidieplafond, verdeelt het college het subsidieplafond: voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, naar evenredigheid; voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder b, op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgesteld subsidieplafond is bereikt; 3.. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag door het college is ontvangen. 4.. Indien het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst en het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag door het college wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel