Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 28:

Jaarrekening

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Avri

1.. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, de voorlopige jaarrekening aan de raden. 2.. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de jaarrekening, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden ter vaststelling. 3.. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4.. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. 5.. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de jaarrekening aan de raden.

Rechtspraak bij dit artikel