Naar hoofdinhoud
Algemene uitgangspunten voor de controle op de rechtmatigheid Onder rechtmatigheid wordt begrepen de definitie volgens het ‘Besluit accountantscontrole decentrale overheden’ (Bado) dat “de in de rekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen”, dat wil zeggen “in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de gemeentelijke verordeningen". Voor een nadere toelichting op het begrip rechtmatigheid in relatie tot de (accountants)controle bij gemeenten en provincies wordt onder meer verwezen naar het ‘Besluit accountantscontrole decentrale overheid’ (Bado), Notitie Rechtmatigheidsverantwoording (Bado), het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV. De rechtmatigheidsverantwoording dient door het college van burgemeester en wethouders te worden afgelegd. De Commissie BBV heeft een standaardtekst opgesteld voor de rechtmatigheidsverantwoording. De standaardtekst zal door de gemeente Renswoude opgenomen worden in de jaarrekening. De accountant stelt de getrouwheid van de jaarrekening vast. In de controleverklaring wordt geen afzonderlijk oordeel meer gegeven over de rechtmatigheid. De accountant zal toetsen of de jaarrekening, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording, getrouw is. De accountant toetst daarbij dus ook of de rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft. Rechtmatigheidscriteria In het kader van de rechtmatigheid worden de volgende negen criteria onderkend: Calculatiecriterium Valuteringscriterium Adressencriterium Volledigheidscriterium Aanvaardbaarheidscriterium Leveringscriterium Begrotingscriterium Voorwaardencriterium Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In het kader van de accountantscontrole wordt aandacht besteed aan de meeste van bovengenoemde criteria. Ondanks het feit dat de eerste zes criteria door de accountantscontrole worden afgedekt, worden ze door de organisatie, middels de verbijzonderde interne controle (VIC), waar van toepassing ook meegenomen bij de controle op de rechtmatigheid. Voor de oordeelsvorming over de rechtmatigheid van het financieel beheer wordt aandacht besteed aan volgende drie criteria. Begrotingscriterium Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten, lasten en balansmutaties, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de door de gemeenteraad vastgestelde begroting (inclusief investeringskredieten) en hiermee samenhangende programma’s. Middels de toetsing op de naleving van het begrotingscriterium wordt vastgesteld in hoeverre het budgetrecht van de gemeenteraad is gerespecteerd. Via de rechtmatigheidsverantwoording dient inzicht te worden gegeven op het totaalniveau van alle afwijkingen van de vastgestelde begroting, omdat deze formeel onrechtmatig zijn. De raad van de gemeente Renswoude heeft in haar financiële verordening opgenomen in welke situaties afwijkingen van de vastgestelde begroting acceptabel en daarmee rechtmatig zijn. Voorwaardencriterium Middels het normenkader wordt het voorwaardencriterium geconcretiseerd. Het normenkader wordt hieronder nader toegelicht. In dit normenkader zijn in- en externe wet- en regelgeving opgenomen met voorwaarden ten aanzien van de recht, de hoogte en de duur van financiële beheershandelingen. Bij de controle op de rechtmatigheid wordt getoetst op naleving van deze voorwaarden. Afwijkingen van deze voorwaarden worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording, tenzij die het getrouwe beeld van de jaarrekening raken. Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium Misbruik van wet- en regelgeving betreft “het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen”. Oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving betreft “het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan”. Bij misbruik is er sprake van het onrechtmatig gebruiken van een regeling of faciliteit die de overheid biedt, bij oneigenlijk gebruik is er geen sprake van onrechtmatigheid. In de Kadernota Rechtmatigheid is nader uitgewerkt wanneer misbruik opgenomen dient te worden in de rechtmatigheidsverantwoording en wanneer misbruik het getrouwe beeld van de jaarrekening raakt. Misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving wordt zover als mogelijk voorkomen en ontmoedigd middels preventieve en repressieve maatregelen. Deze maatregelen maken onderdeel uit van de verschillende processen binnen de organisatie. Daarnaast heeft het college van burgemeester en wethouders hiertoe de ‘Nota beleid misbruik en oneigenlijk gebruik gemeente Renswoude’ als een overkoepelend beleid vastgesteld. Normen- en toetsingskader Met het normenkader zijn de kaders vastgelegd voor de controle op de rechtmatigheid en daarmee de totstandkoming van de rechtmatigheidsverantwoording. Het normenkader bestaat uit zowel in- als externe wet- en regelgeving, waarin voorwaarden ten aanzien van financiële beheershandelingen zijn opgenomen. Jaarlijks wordt het normenkader geactualiseerd door de adviseur Rechtmatigheid en, aan het einde van het boekjaar, vastgesteld door de gemeenteraad. Het toetsingskader vertaalt het normenkader in meetbare termen en zijn de artikelen uit het normenkader die gaan over de rechtmatigheidsaspecten recht, duur en hoogte. Het opstellen van het toetsingskader maakt onderdeel uit van het verbijzonderde interne controle (VIC)-plan van de gemeente Renswoude. Jaarlijks wordt dit plan opgesteld door de adviseur Rechtmatigheid en vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

Rechtspraak bij dit artikel