Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Wet- en regelgeving reserves en voorzieningen

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2024 - 2027

Bij het opstellen en/of wijzigen van financieel beleid wordt de basis gevormd door de geldende wet- en regelgeving. Dit is breder dan alleen externe wetten en regels; hierbij moeten ook de eigen interne regelingen, verordeningen en besluiten meegenomen worden. BBV Het externe kader is het BBV en de uitleg en aanbevelingen van de commissie BBV. In het BBV staan de regels voor het opstellen van begroting en jaarrekening. De commissie BBV heeft tot doel om het BBV door alle gemeenten en provincies op dezelfde manier te laten toepassen en geeft daartoe uitleg van de regelgeving. Dit doet zij onder andere door een ‘vraag en antwoord rubriek’ op hun website en door het uitbrengen van richtinggevende notities. In bijlage 1 zijn alle artikelen opgenomen uit het BBV die betrekking hebben op reserves en voorzieningen. Financiële verordening gemeente Noordenveld De basis van ons interne financiële kader wordt gevormd door de Financiële verordening gemeente Noordenveld 2023. In deze verordening heeft de raad uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vastgelegd. In artikel 16 van de Financiële verordening wordt ingegaan op de reserves en voorzieningen. Dit artikel is opgenomen in bijlage 2. Deze nota Reserves en voorzieningen is gebaseerd op artikel 16 lid 2 van de financiële verordening gemeente Noordenveld 2023. Kadernota rechtmatigheid 2023 De commissie BBV heeft in 2023 een de Kadernota Rechtmatigheid uitgebracht. Hierin wordt ingegaan op budgetoverheveling tussen de begrotingsjaren. Het college geeft uitvoering aan de door de raad vastgestelde begroting en de, in aanvulling daarop, gedurende het jaar vastgestelde beleids- en begrotingsaanpassingen. In de praktijk wijkt de werkelijke besteding af van de in de begroting opgenomen bedragen. Het komt regelmatig voor dat deze afwijkingen worden veroorzaakt doordat activiteiten, waarvoor de raad geld beschikbaar heeft gesteld, nog niet (geheel) zijn uitgevoerd. Dit leidt dan tot een voordelig saldo ten opzichte van de begroting. De activiteiten worden in het volgende begrotingsjaar (verder) uitgevoerd. De commissie BBV geeft om de geschetste problematiek rechtmatig op te lossen een viertal opties in overweging. Samengevat zijn de vier opties: via een begrotingswijziging in een tussentijdse rapportage (de trimesterrapportage of slotwijziging); de raad besluit bij niet volledig besteden van specifieke budgetten een bestemmingsreserve te vormen waaruit in een volgend jaar deze specifieke lasten kunnen worden gedekt; niet bestede middelen vallen vrij in het jaarrekeningresultaat. De raad besluit via een begrotingswijziging de lasten te dekken uit de algemene reserve in het nieuwe begrotingsjaar; niet bestede middelen vallen vrij in het jaarrekeningresultaat. De raad besluit op grond van een geactualiseerde uitvoeringsplanning in met het overhevelen van de niet aangewende middelen naar het nieuwe begrotingsjaar. De bijhorende lasten worden ten laste van de exploitatie in het nieuwe jaar te verantwoord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel