Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.2

Begrippen en onderscheid tussen reserves en voorzieningen

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2024 - 2027

Het onderscheid tussen reserves en voorzieningen is niet altijd even duidelijk en de termen worden dan ook regelmatig door elkaar of verkeerd gebruikt. Dit is niet zo vreemd, omdat reserves en voorzieningen ook erg op elkaar lijken: in beide gevallen wordt er geld opzij gezet voor een bepaald doel en de posten zijn ook allebei terug te vinden op de passiefzijde van de balans. Het belangrijkste verschil tussen de twee is dat de raad bij bestemmingsreserves een keus heeft of en waarvoor er geld opzij gezet wordt. Bij voorzieningen is dat (vrijwel) niet het geval. Een ander onderscheid is dat voorzieningen ingesteld worden ten laste van het resultaat. Dit betekent dat ook alle dotaties, onttrekkingen en vrijval ten gunste of ten laste van het resultaat gaan. Reserves worden veelal gevormd door middel van resultaatbestemming en ook alle mutaties worden op die wijze verwerkt. In artikel 44 BBV is opgenomen waarvoor voorzieningen moeten worden gevormd en waarvoor niet. Daarom ook worden reserves gerekend tot het eigen vermogen en voorzieningen tot het vreemd vermogen. Hieronder worden de begrippen reserves en voorzieningen afzonderlijk toegelicht. Reserves De raad is bevoegd om reserves in te stellen of op te heffen. Reserves zijn eigen, al dan niet voor specifieke doeleinden, gereserveerde middelen op de balans. Ze zijn een onderdeel van het eigen vermogen. De in het BBV opgenomen voorschriften onderscheiden de volgende categorieën reserves: • Algemene reserves; • Bestemmingsreserves. Algemene reserves De algemene reserve is een reserve waaraan geen bestemming is gegeven. Deze reserve is verplicht op grond van artikel 43 van het BBV. De algemene reserve is het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. Deze reserve heeft als primaire functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, het opvangen van begrotingstekorten en bieden de mogelijkheid dat de raad adequaat kan reageren op nieuwe of urgente ontwikkelingen. De raad kan deze middelen inzetten voor nieuw beleid en intensivering van bestaand beleid. Tekorten/overschotten op de jaarrekening worden ten laste/ten gunste van de algemene reserve gebracht. Bestemmingsreserves Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming (doelstelling) heeft gegeven. Voorzieningen Voorzieningen maken deel uit van het vreemd vermogen van de gemeente. De raad is bevoegd om voorzieningen in te stellen of op te heffen. Daarbij wordt aangetekend dat er ten aanzien van de instelling en opheffing van voorzieningen nauwelijks beleidsvrijheid voor de raad bestaat, omdat de vorming hiervan in veel gevallen verplicht voortvloeit uit de bepalingen uit het BBV. Voor de definitie van voorzieningen is binnen het BBV aansluiting gezocht bij het Burgerlijk Wetboek. Voorzieningen zijn passiefposten in de balans, die een schatting geven van de voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen, waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden per balansdatum min of meer onzeker zijn, en die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan die datum. Het gaat bij voorzieningen om min of meer onzekere verplichtingen die op termijn tot schulden kunnen worden gerekend, zoals garantieverplichtingen en dergelijke. Ook kunnen voorzieningen betrekking hebben op verplichtingen, samenhangend met het in de tijd onregelmatig gespreid zijn van bepaalde kosten, zoals groot onderhoud. Daarnaast kunnen voorzieningen een schatting betreffen van de lasten voortvloeiend uit risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering, zoals rechtsgedingen, reorganisaties en dergelijke. Voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume mogen geen voorzieningen worden gevormd (artikel 44 van het BBV). Daarnaast kunnen voorzieningen ingesteld worden om heffingen waarvan de besteding in wet- en regelgeving is gelimiteerd onder te brengen. Voorzieningen dienen naar beste schatting dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn ingesteld. Het is daarom niet toegestaan rente toe te rekenen aan voorzieningen (artikel 45 van het BBV). De besteding van voorzieningen is de verantwoordelijkheid van het college. De uitgaven ten laste van voorzieningen worden namelijk al geautoriseerd bij het vormen van de voorzieningen en worden daarom opgenomen in de jaarrekening en programmabegroting. De achterliggende gedachte is dat de uitgaven ten laste van de voorzieningen geen keuzevrijheid kennen en dat de raad de bestemming niet meer kan wijzigen. Op grond van het BBV mag een voorziening niet negatief staan. Als er sprake is van een negatief saldo van een voorziening, dan dient dit via de exploitatie van het betreffende verslagjaar aangevuld te worden. Indien een voorziening een omvang bereikt die hoger is dan het noodzakelijke niveau valt het meerdere vrij ten gunste van de exploitatie. Kort samengevat: Er is sprake van een reserve als de raad de bestemming kan veranderen. Er is sprake van een voorziening als de bestemming vast ligt. Hieronder staat het schematisch weergegeven: Regels met betrekking tot Reserves Voorziening Onderdeel van Eigen vermogen Vreemd vermogen Wijziging bestemming toegestaan? Mogelijk Niet mogelijk Aanwending vrij Ja Nee, alleen voor betreffend doel Opbouw (dotatie) Resultaat-bestemming Resultaatbepaling Onttrekking (aanwending) Resultaat-bestemming Ten laste van de voorziening

Rechtspraak bij dit artikel