Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 13:

Het gebruiken van bouwwerken voor pré-mantelzorgwoningen

Onderdeel van Beleidsregel Buitenplanse Afwijkingsmogelijkheden Gemeente Vaals 2024

Uitgangspunt Een pré-mantelzorgwoning is niet in elk geval toegestaan. De gemeente wil meewerken aan pré-mantelzorgwoningen in situaties waar (nog) geen vergunningsvrije mantelzorgwoning gerealiseerd kan worden maar waar bewoning ten behoeve van zorg wel gewenst is. Vanuit deze gedachten worden pré-mantelzorgwoningen onder voorwaarden mogelijk gemaakt. 13.1 Voorwaarden 1. De verzoekers hebben een relatie Er moet sprake zijn van een sociale relatie. In negen van de tien gevallen gaat het om een familierelatie (ouder-kind). Maar ook een andere intensieve sociale band tussen vrienden of kennissen is mogelijk. De verzoeker c.q. hulpbehoevende dient dit dan wel te onderbouwen. 2. De verzoekers zijn 67 jaar of ouder Het is verder gewenst om een indicatieve leeftijdsgrens in te stellen. Een leeftijdsgrens is noodzakelijk om van een pré-mantelzorgverzoek te kunnen spreken. Een redelijke leeftijdsgrens is de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar. Tot deze leeftijd wordt geacht te kunnen werken. Daarna ontstaat vaak de behoefte om kleiner te gaan wonen en wordt de kans op een mantelzorgrelatie groter. 3. De pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing of de bestaande bebouwingsmogelijkheden op grond van de vigerend wet- en regelgeving De derde voorwaarde die gesteld wordt is dat de pré mantelzorgwoning gerealiseerd wordt binnen de bestaande bebouwing of binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden volgens de vigerende wet- en regelgeving. Dit om te voorkomen dat de nieuwe situatie leidt tot een verdere (ongewenste) verstening van de omgeving. 4. De nieuwe woning leidt niet tot een verslechtering van de woonsituatie in het algemeen Tenslotte wordt de algemene en vierde voorwaarde gesteld dat de nieuwe woning niet mag leiden tot een verslechtering van de woonsituatie in het algemeen (voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, geen onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van de belendende erven). Indien gelet op het hiervoor vermelde een omgevingsvergunning wordt verleend geldt deze voor een periode van maximaal 10 jaar. Na 10 jaar komt de omgevingsvergunning te vervallen (of eerder in geval van overlijden of verhuizing naar een verpleeghuis). De vergunning komt ook te vervallen als in de loop van de 10 jaar een ‘echte’ mantelzorgsituatie ontstaat waarbij de 2e woning vergunningsvrij is (artikel 22.36 onder a van de Bruidsschat). De termijn van 10 jaar kan niet verlengd worden. Wanneer na 10 jaar nog geen sprake is van een ‘echte’ mantelzorgsituatie, neemt de gemeente het besluit om voor dit bijzondere geval niet handhavend op te treden tegen het met het omgevingsplan afwijkende gebruik. Houdt de (pre)mantelzorg op, dan mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden als woning. 13.2 Ruimtelijke toets Een pré-mantelzorgwoning is uitsluitend toegestaan binnen een bestaand gebouw of bestaande bebouwingsmogelijkheden op grond van het omgevingsplan. Verder mag er geen sprake zijn van woningsplitsing of andersoortige toevoeging van zelfstandige woonruimte ontstaan. Beoordeeld wordt of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) onder meer gelet op de grootte en indeling van het perceel met inachtneming van artikel 14 van deze beleidsregel. ALGEMENE REGELS:

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel