14.1 Algemene plaatsbepaling
Een planologische afwijkingsmogelijkheid kan alleen verleend worden, mits wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
de woonsituatie (woon- en leefklimaat op het perceel en/of de directe omgeving);
de verkeersveiligheid, (o.a. een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer of een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte);
de sociale veiligheid;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
privaatrechtelijke verhoudingen;
het straat- en bebouwingsbeeld c.q. de stedenbouwkundige samenhang, en;
het verlenen van de afwijking niet in strijd is met gemeentelijk, provinciaal en/of rijksbeleid.
In artikel 1 is beschreven welke factoren bepalend zijn voor het antwoord op de vraag, of een bepaalde aanvraag als ‘passend binnen het straat- en bebouwingsbeeld’ kan worden aangemerkt.
Van een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang is verder sprake als de bebouwingskarakteristiek en/of de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast.
Daarbij geldt tevens als uitgangspunt dat ‘wonen achter wonen’ in beginsel niet wordt toegestaan. Achter elkaar gelegen woningen worden, onder andere gelet op de anonimiteit en de slechte bereikbaarheid, zowel vanuit stedenbouwkundig als ruimtelijk-sociaal oogpunt niet wenselijk geacht.
14.2 Nadeelcompensatie verhaalsovereenkomst
Gelet op de aard en de omvang van de afwijkingsmogelijkheid kan voor de economische uitvoerbaarheid van het plan, ter afwenteling van de eventueel voor de gemeente optredende nadeelcompensatiekosten, een nadeelcompensatie verhaalsovereenkomst gesloten te worden tussen de gemeente en de initiatiefnemer.
In de overeenkomst wordt vastgelegd dat de eventuele nadeelcompensatiekosten voor rekening komen van de initiatiefnemer van het plan. Indien initiatiefnemer niet (tijdig) meewerkt aan het sluiten van deze overeenkomst kan geen medewerking worden verleend aan zijn aanvraag/plan op het moment dat dit plan niet past binnen het omgevingsplan. De reden hiervoor is dat niet kan worden aangetoond dat de noodzakelijke planologische maatregel (afwijking omgevingsplan) voor de gemeente economisch uitvoerbaar is.
14.3 Toepassing begripsbepalingen
Ter uniformering van de toepassing van deze beleidsregel in relatie tot het omgevingsplan is voor wat betreft de begripsomschrijvingen aansluiting gezocht bij de begripsomschrijvingen voor zover deze zijn bepaald bij of krachtens de Omgevingswet. Voor zover een definitie in deze beleidsregel ontbreekt, zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de begripsbepalingen van het vigerende omgevingsplan en / of uitleg daarvan in het reguliere spraakgebruik.
14.4 Toepassing “wijze van meten”
Voor zover in deze beleidsregels niet is voorzien in een omschrijving van een bepaald begrip, wordt bij de toepassing van deze beleidsregels de bepalingen in het desbetreffend omgevingsplan omtrent de “wijze van meten” toegepast.
Hoofdstuk 3:
Artikel 14:
Algemene regels bij toepassing van de beleidsregel
Onderdeel van Beleidsregel Buitenplanse Afwijkingsmogelijkheden Gemeente Vaals 2024