Voordat de uitkering wordt verlaagd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld de eigen zienswijze naar voren te brengen. Hiervan kan worden afgezien als:
de belanghebbende de zienswijze al eerder kenbaar heeft gemaakt en er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden; of
het horen niet nodig is voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 3: › PARAGRAAF 3.1:
Artikel 18:
Horen van belanghebbende(n)
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2023