Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2.1:

Artikel 19:

Gedragingen PW

Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2023

Gedragingen van een belanghebbende die het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren of waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 17 tweede lid, 18, 55 en 56a van de PW niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: eerste categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling of re-integratie; het niet of voldoende meewerken aan een re-integratietraject; het onvoldoende aantoonbaar trachten arbeid of passende scholing te verkrijgen, te aanvaarden en te behouden gedurende de wachttijd van 4 weken na melding voor jongeren tot 27 jaar tweede categorie: het door een alleenstaande ouder niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen verbonden aan de in artikel 9a, eerste lid, PW bedoelde ontheffing, wat heeft geleid tot het intrekking van de ontheffing van de arbeidsplicht; andere gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren; het niet nakomen van de verplichtingen zoals genoemd in artikel 17 tweede lid of het niet nakomen van een nadere verplichting op basis van artikel 55 PW. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan de taaltoets zoals bedoeld in artikel 18b, tweede lid, PW, waarvoor belanghebbende een schriftelijke uitnodiging heeft ontvangen. derde categorie: het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het financieel ontzorgen. het zich niet (tijdig) laten registreren als werkzoekende bij het UWV of het niet (tijdig) laten verlengen van de registratie;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel