De gemeente stelt als doel kwalitatief goede huisvestingsmogelijkheden te bieden voor de doelgroep die op een woonwagenlocatie woont. De nieuw te realiseren woonwagenlocaties, standplaatsen en woon-wagens dienen te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. De standplaatsen worden verhuurd inclusief externe sanitaire units, aangezien dit past bij het woonwagenleven en woonwagenbewoners hier doorgaans waarde aan hechten.
Omgevingsplan
Uitgangspunt is dat nieuw te realiseren woonwagenlocaties in overeenstemming dienen te zijn met het vigerende omgevingsplan. Het omgevingsplan geeft minimaal weer hoeveel woonwagens maximaal ter plaatse zijn toegestaan en welke eisen en regels gelden ten aanzien van bouwhoogtes van ‘gebouwen’ en ‘bouwwerken geen gebouw zijnde’ en percentage bebouwd oppervlakte.
Bouwbesluit en brandveiligheid
Naast het vigerende omgevingsplan gelden voor de inrichting van de woonwagenlocaties (standplaatsen én woonwagens) het vigerende Bouwbesluit, het vigerende Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) van de gemeente Leusden, en de ‘Handreiking Brandveiligheid van woonwagens en woonwagencentra’ van de voormalige VROM-inspectie als kader.
Brandveiligheidseisen voor woonwagens
Bij de brandveiligheid van woonwagens spelen diverse factoren een rol: de bouwtechnische eigen-schappen van de woonwagen, de aankleding, inrichting en het gebruik van de woonwagen en het gebruik van de ruimte rond de woonwagen. Het Bouwbesluit stelt geen eisen aan de brandoverslag tussen bestaande woonwagens. Op bouwtechnische gronden kan dus niet altijd voorkomen worden dat een brand van de ene woonwagen kan overslaan naar de andere. Dit kan wel door voldoende afstand tussen de woonwagens aan te houden. In de richtlijn noemt men een afstand van ongeveer vijf meter brandveilig genoeg.
Clusteren in brandcompartimenten
In de ‘Handreiking brandveiligheid van woonwagens en woonwagencentra’ (2009) heeft het Rijk uitzonderingsmogelijkheden geboden om van de afstandseis van 5 meter tussen woonwagens af te wijken. Een clustering van maximaal vier woonwagens naast elkaar is van daaruit mogelijk.
Vaak is het wel mogelijk woonwagens te clusteren in kleine groepjes, waarbij tussen de verschillende groepjes van woonwagens dan wel voldoende afstand kan worden gehouden. Door dit 'clusteren' kan een aantal woonwagens dus zó dicht op elkaar staan, dat de weerstand bij brandoverslag nihil is. Daarmee moet geaccepteerd worden dat een brand binnen dit cluster snel kan overslaan van de ene woonwagen naar de andere.
Voor een brandveilige clustering van woonwagens wordt in een bestemmingsplan het maximaal aantal toegestane woonwagens in een cluster vastgelegd (meestal twee tot vier woonwagens) Artikel 2.84 Omvang (Bouwbesluit 2012). In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en neven-functies daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m².
Duurzaamheid en uitstraling
Een woonwagen kent verschillende verschijningsvormen. De klassieke woonwagen wordt vaak gezien als een houtskeletchalet op wielen. De laatste decennia verschijnen ook ‘stenen woningen’ op woonwagen-locaties, mede ingegeven door de strengere eisen ten aanzien van de kwaliteit van een woonwagen en de financierbaarheid/afschrijvingsperiode van een woonwagen. Woonwagenbewoners hebben zelf ook een verschillend ideaalbeeld van (de uitstraling van) de woonwagen.
Het uitgangspunt van de gemeente is dat toekomstig te plaatsen woonwagens voldoen aan alle geldende wet- en regelgeving, die op deze specifieke bouwwerken van toepassing is, ook op het gebied van energieprestatie en duurzame energieopwekking. Voor nieuw te plaatsen woonwagens waarvoor bij de gemeente een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, geldt dat er in de basis geen aansluiting op het gasnetwerk zal worden gemaakt, maar gebruik wordt gemaakt van alternatieve, duurzame energie-opwekking.
Het staat woonwagenbewoners vrij om, na het verkrijgen van een omgevingsvergunning waarvoor voldaan moet worden aan alle vereisten vanuit het Bouwbesluit, een tweedehands woonwagen op een standplaats te plaatsen. Woonwagenbewoners zijn dus niet verplicht om een nieuwe wagen aan te schaffen, zolang een tweedehands woonwagen voldoet aan de in dit document gestelde eisen.
Zoekende naar een rendabel én kwalitatief duurzaam woonwagenproduct
Doordat veel gemeenten de afgelopen jaren het aantal standplaatsen hebben afgebouwd, is er weinig geïnvesteerd in innovatie bij woonwagens, bijvoorbeeld op het vlak van verduurzaming. Het aantal bouwers van woonwagens is in de loop der jaren steeds verder afgenomen. Met het beleidskader van het Ministerie (2018) is daar een verandering in gekomen, maar daarmee is de achterstand in de technologische ontwikkeling nog niet meteen ingehaald. Op sommige plaatsen in het land zijn pilots gehouden waarbij aardgasloze woonwagens zijn geplaatst, maar de voorbeelden zijn nog schaars. Wel is de verwachting dat hier de komende jaren stappen in worden gezet, zeker nu steeds meer gemeenten hun woonwagenbeleid in lijn brengen met het mensenrechtelijk kader.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Kwaliteitseisen standplaatsen en woonwagens
Onderdeel van Woonwagenbeleid gemeente Leusden 2024