Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Inschrijvingssystematiek, toewijzingsbeleid en huisvestings-vergunning

Onderdeel van Woonwagenbeleid gemeente Leusden 2024

Inschrijving Iedereen die belangstelling heeft voor een standplaats in Leusden kan zich daar voor in schrijven. Wanneer het besluit is genomen om woonwagenstandplaatsen te realiseren, doet Omthuis een voorstel over de wijze waarop inschrijving en toewijzing gaat plaatsvinden, rekening houdend met de in het vervolg benoemde toewijzingsvolgorde. Als de gemeente op een eerder moment een Huisvestingsverordening gaat opstellen, treden gemeente en Omthuis in overleg hoe de inschrijving en toewijzing in de Huisvestings-verordening zal worden meegenomen. Wie in aanmerking wil komen voor de standplaats (zowel bij initiële toewijzing als bij toekomstige mutaties), geeft daarnaast informatie door over zijn/haar persoonlijke situatie zodat bepaald kan worden wat diens plek is op de rangordelijst. Toewijzing De gemeente wil vrijkomende standplaatsen zo rechtvaardig mogelijk verdelen. Het uitgangspunt bij de toewijzing van standplaatsen vindt daarom plaats via de volgorde uit het afstammingsbeginsel, zoals hier-onder beschreven. De gemeente Leusden delegeert de uitvoering van de toewijzing aan Omthuis, op eenzelfde wijze als dit voor de overige woonruimteverdeling gebeurt. Bij toewijzing wordt de volgende rangorde gehanteerd (op 1 staat de persoon die als eerste in aanmerking komt): Inwonend (klein-)kind van degene die de standplaats huurde voordat deze leeg kwam*); Bewoner van een andere standplaats op de woonwagenlocatie waar een standplaats vrijkomt, onder voorwaarde dat de eigen standplaats vrij komt; Overige inwonende op de woonwagenlocatie waar een standplaats vrij komt*); Overige inwonende op een andere woonwagenlocatie in de gemeente Leusden*); Standplaatszoekende die zelf in het verleden op de locatie heeft gewoond waar een standplaats vrij komt, of wiens ouders op deze locatie wonen of hebben gewoond; Standplaatszoekende die zelf in het verleden op een andere woonwagenlocatie in de gemeente Leusden heeft gewoond, of wiens (groot-)ouders op een woonwagenlocatie in Leusden wonen of hebben gewoond; Standplaatszoekende die zelf in het verleden op een woonwagenlocatie in regio Eemvallei heeft gewoond, of wiens (groot-)ouders op een woonwagenlocatie in regio Eemvallei wonen of hebben gewoond. Overige standplaatszoekenden, op basis van inschrijfduur. *) Voorwaarde is dat de betreffende hoofdhuurder ten minste twee jaar staat ingeschreven op de woonwagenlocatie. Voor elk van de categorieën geldt dat de standplaatszoekende met de oudste inschrijfdatum voorgaat op andere standplaatszoekenden uit dezelfde categorie. Als een standplaatszoekende in aanmerking wil komen voor toepassing van de voorrangsregeling, dan kan de gemeente verlangen dat een standplaats-zoekende aannemelijk maakt dat hij aan de genoemde vereisten voldoet. Voorwaarde voor toewijzing is dat iemand aantoonbaar onderdeel is van de doelgroep. De gemeente hanteert hierbij het afstammingsbeginsel: iemand behoort tot de doelgroep woonwagenbewoners als hij/zij zelf in een woonwagen woont of eerder in een woonwagen heeft gewoond, of afstamt van iemand die in een woonwagen heeft gewoond. Afstamming kan worden aangetoond middels het woonadres van de inschrijver/aanvrager, ouders of grootouders. Verder zijn bij de toewijzing alle overige regels die gelden bij de toewijzing van sociale huurwoningen ook van toepassing, inclusief passend toewijzen. Medehuurderschap Een persoon die samen met de hoofdhuurder de huurovereenkomst heeft getekend, geldt als ‘mede-huurder’. Een medehuurder heeft dezelfde rechten en plichten als de hoofdhuurder. Dat betekent onder meer dat de medehuurder in de woonwagen kan blijven wonen, als de hoofdhuurder overlijdt of verhuist. De echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner van de hoofdhuurder is automatisch medehuurder. In andere gevallen kan een inwonende een aanvraag doen voor medehuurderschap bij de verhuurder. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet de kandidaat-medehuurder minimaal twee jaar in de woonwagen zijn/haar hoofdverblijf hebben gehad en met de (hoofd)huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd2Hoofdverblijf: de kandidaat-medehuurder moet daadwerkelijk het grootste gedeelte van de week zijn/haar hoofdverblijf hebben in de woonwagen en er ook feitelijk wonen. Duurzaam: Er mag geen sprake zijn van een aflopende samenleefsituatie, zoals doorgaans het geval is bij een ouder-kindrelatie. Kinderen kunnen daarom geen medehuurder worden. In bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Gemeenschappelijke huishouding: Aanwijzingen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn het gezamenlijk betalen van de huishoudkosten, zoals de huisvestingkosten en kosten van het levensonderhoud en/of het gezamenlijk aanschaffen van meubilair.. Gedurende de genoemde periode van minimaal twee jaar mag er geen huurschuld of huurachterstand zijn geweest, en er mogen geen klachten over bewonersgedrag en/of overlast zijn.

Rechtspraak bij dit artikel