Sanctiebeleid Horeca
incl. stappenplan handhaving
Horeca (APV en FloA), Alcoholwet, Wet op de Kansspelen
In dit sanctiebeleid legt de burgemeester vast op welke wijze hij reageert op geconstateerde overtredingen. Daarbij wordt per overtreding vastgelegd welk sanctiemiddel wordt ingezet en welke stappen er worden gezet in het handhavingstraject. Door dit vast te leggen in een sanctiebeleid, wordt er op een eenduidige manier opgetreden en is er geen sprake van willekeur. In het sanctiebeleid is rekening gehouden met de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en evenredigheid.
Dit sanctiebeleid heeft betrekking op de horeca en - voor zover het gaat om de Alcoholwet – andere verkopers van alcohol (slijterijen, supermarkten, etc.).
Algemene opmerkingen:
- - De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing op besluiten van de burgemeester. Dit betekent dat voordat wordt besloten tot het opleggen van een last onder dwangsom, last onder bestuursdwang, bestuurlijke boete en het schorsen of intrekken van een vergunning in beginsel eerst een voornemen wordt bekendgemaakt. De ondernemer wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze (reactie) naar voren te brengen. Pas daarna zal een definitief besluit worden genomen. Tegen de definitieve besluiten staat vervolgens bezwaar open.
- - N.B. Dit geldt niet voor de bestuurlijke strafbeschikking. De strafbeschikking is een strafrechtelijk sanctiemiddel en hierop is de Awb niet van toepassing.
- - De stappenplannen worden toegepast per ondernemer en niet per horecabedrijf. Als een ondernemer zijn onderneming tussentijds overdraagt aan een ander, begint de nieuwe exploitant met een schone lei. Dit is anders als de ondernemingsvorm wijzigt, maar (één van de) oorspronkelijke ondernemer(s) nog steeds betrokken is bij de zaak.
- - Voor elk stappenplan geldt in beginsel een verjaringstermijn van 1 jaar (tenzij bij het stappenplan een afwijkende verjaringstermijn wordt genoemd). Na iedere geconstateerde overtreding gaat de verjaringstermijn opnieuw lopen. Wordt er binnen een jaar opnieuw een overtreding geconstateerd, dan volgt de sanctie uit de volgende stap. Wordt er binnen het jaar geen overtreding geconstateerd, dan begint de ondernemer weer met een schone lei.
- - Er kan afgeweken worden van dit sanctiebeleid. In spoedeisende gevallen kan direct worden opgetreden en kan de waarschuwing achterwege blijven. En ook wanneer de individuele situatie daar om vraagt, kan de burgemeester gemotiveerd afwijken van het stappenplan en maatwerk leveren. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van cumulatie van verschillende overtredingen, tegelijkertijd of elkaar in korte tijd opvolgend. Ook de ernst van de overtreding en/of de mate waarin overlast wordt veroorzaakt, kunnen aanleiding zijn om een zwaardere maatregel op te leggen of een stap in het stappenplan over te slaan.
- - De in dit sanctiebeleid opgenomen dwangsombedragen zijn indicatief; maatwerk is mogelijk, bijvoorbeeld bij cumulatie van een aantal overtredingen. De sanctie moet proportioneel zijn en in redelijke verhouding staan tot de overtreding en de beoogde werking van de dwangsom. Het moet een voldoende financiële prikkel voor de overtreder zijn om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen.
- - In dit sanctiebeleid wordt bij een aantal onderdelen de hoogte van de boete bepaald op basis van het aantal werknemers. Bij paracommerciële exploitatie wordt hiervoor het aantal barvrijwilligers als norm gehanteerd.
Deel 1. Horeca-exploitatievergunning (APV)
A. Horecabedrijf zonder exploitatievergunning
Op grond van artikel 2:28 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) is het verboden om een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester 1 De burgemeester heeft een aantal categorieën horecabedrijven vrijgesteld van de vergunningplicht.. Als sprake is van een illegale exploitatie, wordt als volgt opgetreden:
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat hij niet in het bezit is van de vereiste vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf. De ondernemer wordt in de gelegenheid gesteld om alsnog een complete vergunningaanvraag in te dienen (binnen een termijn van 2 weken). Zolang hij niet in het bezit is van de benodigde vergunningen, dient de inrichting gesloten te blijven.
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om de exploitatie van het horecabedrijf te staken.
| Begunstigingstermijn: | 1 week |
| Hoogte dwangsom: | € 5.000,- per dag dat wordt geconstateerd dat de inrichting toch voor publiek geopend is. |
| Maximum: | € 25.000,- |
- - Last onder bestuursdwang: sluiting
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en het horecabedrijf toch geopend blijft zonder vergunning, wordt bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om de exploitatie per direct te staken. Doet hij dat niet, dan zal het horecabedrijf door middel van bestuursdwang worden gesloten. Zo nodig wordt het pand voorzien van nieuwe sloten. De kosten van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder.
B. Wijziging exploitatie zonder aanpassing van exploitatievergunning
Er kunnen wijzigingen optreden in de exploitatie van een horecabedrijf, bijvoorbeeld aanpassing van de ondernemingsvorm of wijziging van het type horecabedrijf. In deze gevallen is een nieuwe, aangepaste horeca-exploitatievergunning nodig. De ondernemer wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van 2 weken een wijziging door te geven. Zo lang er geen nieuwe, aangepaste vergunning is verleend, is men in overtreding van artikel 2:28 lid 1 van de APV.
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat hij voor de huidige vorm van exploitatie van het horecabedrijf geen vergunning heeft. De ondernemer krijgt 2 weken de tijd om alsnog de wijziging door te geven.
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om de exploitatie van het horecabedrijf te staken, dan wel de wijze van exploiteren in overeenstemming te brengen met de verleende vergunning.
| Begunstigingstermijn: | 1 week |
| Hoogte dwangsom: | € 5.000,- perdag dat wordtgeconstateerd dat niet aan de last is voldaan |
| Maximum: | € 25.000,- |
- - Last onder bestuursdwang: sluiting
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en het horecabedrijf toch (ongewijzigd) geopend blijft, wordt bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om de exploitatie per direct te staken. Doet hij dat niet, dan zal het horecabedrijf door middel van bestuursdwang worden gesloten. Zo nodig wordt het pand voorzien van nieuwe sloten. De kosten van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder.
C. Exploitatie horecabedrijf waarvan de horeca-exploitatievergunning is geweigerd/ingetrokken
Wanneer een horeca-exploitatievergunning is geweigerd of ingetrokken, moet het horecabedrijf direct worden gesloten. Immers, uit de toetsing is vast komen te staan dat de ondernemer niet (meer) in aanmerking komt voor een vergunning voor zijn horecabedrijf. Een waarschuwingsbrief sturen, is in deze situatie niet nodig. Veelal zal in het besluit tot weigeren, dan wel intrekken van de vergunning al een waarschuwing zijn opgenomen.
- - Last onder dwangsom
De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om de exploitatie van het horecabedrijf te staken.
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 5.000,- per dag dat wordtgeconstateerd dat de inrichting toch voor publiek geopend is. |
| Maximum: | € 25.000,- |
- - Last onder bestuursdwang: sluiting
Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en het horecabedrijf toch geopend blijft, wordt bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om de exploitatie per direct te staken. Doet hij dat niet, dan zal het horecabedrijf door middel van bestuursdwang worden gesloten. Zo nodig wordt het pand voorzien van nieuwe sloten. De kosten van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder.
D. Geen leidinggevende aanwezig terwijl horecabedrijf geopend is voor publiek
In de voorschriften van de horeca-exploitatievergunning is vermeld dat er gedurende de tijd dat het horecabedrijf geopend is voor publiek er altijd een op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig dient te zijn in het horecabedrijf. Wanneer dit voorschrift niet wordt nageleefd, overtreedt men artikel 1:4 lid 2 van de APV.
Alcoholschenkende horecabedrijven overtreden bovendien artikel 24 van de Alcoholwet, waarin staat dat het verboden is om een horecalokaliteit voor het publiek geopend te houden als er geen leidinggevende2De leidinggevende moet vermeld staan op het aanhangsel bij de vergunning of moet bij de burgemeester zijn aangemeld als nieuwe leidinggevende. Nieuw aangemelde leidinggevenden mogen, zodra de ontvangst van de melding is bevestigd, alvast optreden als leidinggevende, zolang nog niet op de aanvraag is beslist. in de inrichting aanwezig is.
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat er altijd een op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig dient te zijn als het horecabedrijf geopend is voor publiek. In de brief wordt gewezen op de mogelijkheid om extra personen als leidinggevende te laten bijschrijven op de vergunning. De ondernemer wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van 2 weken een aanvraag voor het bijschrijven van een leidinggevende in te dienen.
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om herhaling van de overtreding (geen leidinggevende aanwezig tijdens openingstijden) te voorkomen.
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 1.000,- perconstatering dat er geen op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig is in het horecabedrijf op het moment dat het horecabedrijf voor publiek geopend is. |
| Maximum: | € 5.000,- |
- - Intrekken vergunning voor 2 weken
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en er opnieuw wordt geconstateerd dat er geen leidinggevende aanwezig is in het horecabedrijf, zal worden overgegaan tot tijdelijk – voor de duur van 2 weken – intrekken van de vergunning. Dit betekent dat het horecabedrijf gedurende deze termijn gesloten moet blijven.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en er opnieuw wordt geconstateerd dat er geen leidinggevende aanwezig is in het horecabedrijf, zal worden overgegaan tot intrekking van de horeca-exploitatievergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 1:6 aanhef onder c van de APV.
E. Overschrijding openingstijden
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwingsbrief waarin hij gewezen wordt op de openingstijden die gelden voor zijn bedrijf. In de brief wordt aangegeven wat de consequenties zijn wanneer opnieuw een overtreding van de openingstijden wordt geconstateerd.
- - Strafbeschikking
- - De BOA (Buitengewoon opsporingsambtenaar) legt een bestuurlijke strafbeschikking op wanneer opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
| Feitcode: | F 105 |
| Hoogte geldboete3Prijspeil 2024: | € 320,- |
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om herhaling van de overtreding (overschrijding openingstijden) te voorkomen.
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 1.000,- per constatering dat het horecabedrijf buiten de openingstijden geopend was voor publiek. |
| Maximum: | € 5.000,- |
- - Intrekken vergunning voor 2 weken
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en er opnieuw wordt geconstateerd dat het horecabedrijf buiten de openingstijden die gelden voor het bedrijf is geopend voor publiek, besluit de burgemeester om de horeca-exploitatievergunning tijdelijk – voor de duur van 2 weken – in te trekken. Dit betekent dat het horecabedrijf gedurende deze termijn gesloten moet blijven.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Wanneer na de tijdelijke sluiting, opnieuw wordt geconstateerd dat het horecabedrijf buiten de openingstijden die gelden voor het bedrijf is geopend voor publiek, zal worden overgegaan tot intrekking van de horeca-exploitatievergunning voor onbepaalde tijd.
F. Overlast
In de horeca-exploitatievergunning zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot het voorkomen van aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. De horecaondernemer heeft een bijzondere verantwoordelijkheid om te voorkomen dat het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het horecabedrijf wordt aangetast.
Wanneer geconstateerd wordt dat een horecaondernemer zich niet houdt aan de voorschriften met betrekking tot het voorkomen van aantasting van het woon- en leefklimaat en daardoor overlast ontstaat voor de omgeving, wordt als volgt opgetreden:
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwingsbrief waarin hij gewezen wordt op zijn verantwoordelijkheid om te voorkomen dat het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het horecabedrijf wordt aangetast. In de brief wordt aangegeven wat de consequenties zijn wanneer opnieuw wordt geconstateerd dat het woon- en leefklimaat wordt aangetast door de exploitatie van het horecabedrijf.
- - Intrekking vergunning voor 2 weken en/of
- - Wanneer na het versturen van de waarschuwingsbrief opnieuw wordt geconstateerd dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf wordt aangetast door de wijze van exploiteren van het horecabedrijf, kan de burgemeester besluiten om de horeca- exploitatievergunning tijdelijk – voor de duur van 2 weken – in te trekken. Dit betekent dat het horecabedrijf gedurende deze termijn gesloten moet blijven.
- - Opleggen nader voorschrift
- - De burgemeester kan er ook voor kiezen om een nader voorschrift op te leggen aan de horecaondernemer. Hierbij kan gedacht worden aan:
- - Beperking van de openingstijden (op grond van artikel 2:31 lid 1 van de APV);
- - Verplichte aanwezigheid van een gecertificeerde portier.
- - Intrekken vergunning voor 4 weken
- - Bij een volgende constatering van een overtreding besluit de burgemeester om de horeca- exploitatievergunning voor de duur van 4 weken in te trekken. Dit betekent dat het horecabedrijf gedurende deze termijn gesloten moet blijven.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Bij een volgende constatering van een overtreding besluit de burgemeester om de horeca- exploitatievergunning voor onbepaalde tijd in te trekken.
Deel 2. Terrasvergunning (Verordening Fysieke Leefomgeving Amersfoort)
G. Terras zonder terrasvergunning
Op grond van artikel 5.4 van de FloA is het verboden om zonder terrasvergunning een terras te hebben in de openbare ruimte.
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat hij niet in het bezit is van de vereiste vergunning voor het voeren van een terras. De ondernemer wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van 2 weken een complete aanvraag in te dienen. Totdat er een vergunning is afgegeven, mag het terras niet worden gebruikt c.q. uitgestald.
- - Strafbeschikking
- - De BOA (Buitengewoon opsporingsambtenaar) legt een bestuurlijke strafbeschikking op wanneer opnieuw wordt geconstateerd dat er een terras wordt gevoerd zonder de benodigde terrasvergunning.
| Feitcode:4Prijspeil 2024 | F 101 |
| Hoogte geldboete: | € 280,- |
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om het voeren van een terras te staken.
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 1.000,- per dag dat wordt geconstateerd dat er toch een terras wordt gevoerd. |
| Maximum: | € 5.000,- |
- - Last onder bestuursdwang: verwijdering terras
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en het horecabedrijf blijft een terras voeren, wordt bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om het voeren van een terras per direct te staken. Doet hij dat niet, dan zal het terras door middel van bestuursdwang worden verwijderd. In dat geval wordt het aanwezige terrasmeubilair in beslag genomen. De kosten van bestuursdwang – inclusief de kosten voor het opslaan van het meubilair - worden verhaald op de overtreder.
H. Overtreding voorschriften terrasvergunning
In de terrasvergunning zijn diverse voorschriften opgenomen waaraan de vergunninghouder zich dient te houden. Zo is bepaald wat de openingstijden zijn van het terras en hoe het terrasmeubilair moet worden opgeslagen buiten de openingstijden. Daarnaast maakt een plattegrond met de grenzen van het terras onderdeel uit van de terrasvergunning. Wanneer het terras buiten de terrasgrenzen wordt geplaatst, dan wel wanneer er eet- en drinkwaren worden verstrekt aan publiek buiten het terras, overtreedt men de voorschriften van de terrasvergunning.
Wanneer een overtreding van de voorschriften van de terrasvergunning wordt geconstateerd, wordt hiertegen als volgt opgetreden:
- - Waarschuwing
- - Bij de eerste constatering van een overtreding geeft de toezichthouder een mondelinge waarschuwing aan de ondernemer, dan wel aan de aanwezige leidinggevende. Deze wordt daarbij gesommeerd om de overtreding direct te beëindigen. Deze waarschuwing wordt vervolgens op papier bevestigd aan de ondernemer.
- - Strafbeschikking
- - Bij een tweede constatering van de voorschriften van de terrasvergunning, volgt een strafbeschikking.
| Feitcode: | F 101 |
| Hoogte geldboete5Prijspeil 2024: | € 280,- |
- - Last onder dwangsom
- - Bij de derde constatering van de voorschriften van de terrasvergunning, wordt de ondernemer aangeschreven met een last onder dwangsom om herhaling van de overtreding te voorkomen.
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 1.000,- per dag dat wordtgeconstateerd dat de voorschriften van de terrasvergunning worden overtreden. |
| Maximum: | € 5.000,- |
- - Intrekken terrasvergunning voor een week
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en het horecabedrijf blijft de voorschriften van de terrasvergunning overtreden, besluit de burgemeester om de terrasvergunning voor 1 week in te trekken. Dit betekent dat er gedurende deze periode geen terras mag worden gevoerd.
- - Intrekken terrasvergunning voor onbepaalde tijd
- - Bij een volgende constatering van een overtreding besluit de burgemeester om de terrasvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken.
I. Overtreding voorschriften terrasvergunning tijdens de markt of een evenement
In de voorschriften van de terrasvergunning is – voor zover van toepassing - bepaald dat de terrasvergunning niet, dan wel beperkt geldt tijdens evenementen en marktdagen. Wanneer geconstateerd wordt dat een ondernemer tijdens de markt of een evenement in strijd met de voorschriften van zijn terrasvergunning een terras voert en de markt of het evenement daardoor wordt gehinderd, zal daartegen als volgt worden opgetreden:
- - Waarschuwing
- - De ondernemer, dan wel de aanwezige leidinggevende, wordt mondeling gewaarschuwd dat hij de voorschriften van zijn terrasvergunning overtreedt. Daarbij wordt hij gesommeerd om direct de overtreding ongedaan te maken.
- - Mondelinge aanzegging spoedeisende bestuursdwang6De toezichthouder is in dergelijke gevallen gemandateerd om namens de burgemeester te besluiten tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang. Het besluit moet zo spoedig mogelijk na het toepassen van de bestuursdwang op schrift worden gesteld en worden toegestuurd aan de overtreder.
- - Wanneer de ondernemer de waarschuwing niet opvolgt, zal spoedeisende bestuursdwang worden toegepast. De toezichthouder zal mondeling aangeven dat hij overgaat tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang – te weten: het (gedeeltelijk) verwijderen van het terras – wanneer de ondernemer niet zelf de overtreding beëindigd. De toezichthouder geeft hiervoor een passende termijn (variërend van “per direct” tot 1 uur). Tevens vermeldt hij wat de consequenties zijn als men in gebreke blijft: het terras wordt (gedeeltelijk) verwijderd en de kosten van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder.
- - Toepassen bestuursdwang
- - Wanneer de overtreding niet wordt beëindigd in de hiervoor gegeven termijn, gaat de toezichthouder over tot het toepassen van bestuursdwang en wordt het terras (gedeeltelijk) verwijderd. Zo nodig wordt (een deel van) het terrasmeubilair in beslag genomen. De kosten van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder.
Deel 3. Alcoholwet
Commerciële horecabedrijven
J. Uitoefenen horecabedrijf zonder Alcoholwetvergunning (art. 3 Alcoholwet)
Op grond van artikel 3 van de Alcoholwet dient een alcoholschenkend horecabedrijf – waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt - in het bezit te zijn van een Alcoholwetvergunning. Zonder vergunning mag dus geen alcohol worden verstrekt in een horecabedrijf.
Veelal zal deze overtreding gepaard gaan met een overtreding van artikel 2:28 lid 1 van de APV (horecabedrijf zonder exploitatievergunning). In een dergelijk geval wordt het stappenplan gevolgd zoals beschreven onder A. Onderstaand stappenplan is dus enkel van toepassing als een horecabedrijf dat wel in het bezit is van een horeca-exploitatievergunning, dan wel is vrijgesteld van de vergunningplicht voor het exploiteren van een horecabedrijf, alcoholhoudende drank verstrekt voor gebruik ter plaatse zonder de vereiste Alcoholwetvergunning.
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat hij niet in het bezit is van de vereiste vergunning om alcoholhoudende drank in bezit te hebben. De ondernemer krijgt twee weken de tijd om alsnog een complete vergunningaanvraag in te dienen.
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om het schenken van alcohol te staken. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 5.000,- per dag dat wordt geconstateerd dat eralcohol aanwezig is voor gebruik ter plaatse. |
| Maximum: | € 25.000,- |
- - Last onder bestuursdwang
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en het horecabedrijf blijft alcohol schenken zonder de benodigde vergunning, wordt bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om het aanwezig hebben van alcohol per direct te staken. Doet hij dat niet, dan zal de alcoholvoorraad in beslag worden genomen. De kosten van bestuursdwang – inclusief de kosten voor het opslaan van de in beslag genomen goederen – worden op de overtreder verhaald.
K. Uitoefenen horecabedrijf waarvan de Alcoholwetvergunning is geweigerd/ingetrokken/geschorst
Wanneer een Alcoholwetvergunning is geweigerd, ingetrokken of geschorst, mag het horecabedrijf geen alcoholhoudende drank meer schenken. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet mag er bovendien in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
Wordt toch geconstateerd dat er alcohol wordt geschonken, dan wordt hiertegen direct handhavend opgetreden volgens onderstaand stappenplan:
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om het aanwezig hebben van alcohol voor gebruik ter plaatse te staken en gestaakt te houden.
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 5.000,- per dag dat wordt geconstateerd dat er alcoholwordt aanwezig hebben voor gebruik ter plaatse. |
| Maximum: | € 25.000,- |
- - Last onder bestuursdwang: alcoholvoorraad in beslag genomen
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en het horecabedrijf toch alcohol aanwezig blijft hebben, wordt bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om het verstrekken van alcohol per direct te staken. Doet hij dat niet, dan zal de alcoholvoorraad in beslag worden genomen. De kosten van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder.
L. Verstrekking alcohol aan jeugdigen (art. 20 lid 1 jo. 2 Alcoholwet)
In artikel 20 van de Alcoholwet zijn de leeftijdsgrenzen voor het verstrekken van alcohol vastgelegd. Op grond van dit artikel is het verboden om:
- - alcoholhoudende drank te schenken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
- - ook wanneer de drank wordt verstrekt aan een persoon die voldoet aan de leeftijdsgrens, maar waarbij de drank kennelijk bestemd is voor een persoon die niet aan de leeftijdsgrens voldoet – de zogenaamde wederverstrekking - is er sprake van een verboden handeling.
Het vaststellen van de leeftijd van de klant geschiedt aan de hand van een identiteitsbewijs of daaraan gelijk te stellen document, als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet op de identificatieplicht. Wanneer de klant de vereiste leeftijd onmiskenbaar heeft bereikt, mag het vaststellen van de leeftijd achterwege blijven.
Bij constatering van een overtreding van de leeftijdsgrenzen wordt als volgt opgetreden:
- - Bestuurlijke boete
- - Wanneer de toezichthouder een overtreding van artikel 20 lid 1 jo. lid 2 van de Alcoholwet constateert, maakt hij een boeterapport op. Vervolgens besluit de burgemeester tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
- - De hoogte van de bestuurlijke boete is vastgesteld in het Alcoholbesluit en is afhankelijk van de grootte van de onderneming (aantal werknemers) op de dag van de overtreding.
Hoogte boete7Prijspeil 2023: | < 50 werknemers: € 1.360,- ≥ 50 werknemers: € 2.720,-
- - Bestuurlijke boete
- - Bij de tweede constatering van een overtreding van artikel 20 lid 1 jo. lid 2 van de Alcoholwet, volgt opnieuw een bestuurlijke boete. De toezichthouder stelt een boeterapport op en aan de hand daarvan besluit de burgemeester tot het opleggen van de bestuurlijke boete.
- - In het Alcoholbesluit is bepaald dat de boete wordt verhoogd met 50% wanneer er binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de eerste bestuurlijke boete opnieuw een overtreding wordt vastgesteld. De hoogte van de boete bedraagt dan:
Hoogte boete8Prijspeil 2023: | < 50 werknemers: € 2.040,- ≥ 50 werknemers: € 4.080,-
- - Schorsing vergunning voor 4 weken
- - Bij de derde constatering van een overtreding van artikel 20 lid 1 jo. lid 2 van de Alcoholwet, besluit de burgemeester tot het schorsen van de Alcoholwetvergunning voor de duur van 4 weken op grond van artikel 32 lid 1 juncto 31 lid 2 van de Alcoholwet. Gedurende deze periode mag er geen alcoholhoudende drank worden verstrekt in het horecabedrijf.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Bij de vierde constatering van een overtreding van artikel 20 lid 1 jo. lid 2 van de Alcoholwet, besluit de burgemeester tot het intrekken van de Alcoholwetvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 van de Alcoholwet. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
M. Geen leidinggevende aanwezig tijdens openingstijden
Volgens artikel 24 van de Alcoholwet is het verboden om een horecalokaliteit voor het publiek geopend te houden als er geen leidinggevende9De leidinggevende moet vermeld staan op het aanhangsel bij de vergunning of moet bij de burgemeester zijn aangemeld als nieuwe leidinggevende. Nieuw aangemelde leidinggevenden mogen, zodra de ontvangst van de melding is bevestigd, optreden als leidinggevende, zolang nog niet op de aanvraag is beslist. in de inrichting aanwezig is.
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat er altijd een leidinggevende aanwezig dient te zijn als het horecabedrijf geopend is voor publiek. In de brief wordt gewezen op de mogelijkheid om extra personen als leidinggevende te laten bijschrijven op de vergunning. De ondernemer krijgt 2 weken de tijd om een aanvraag voor het bijschrijven van een leidinggevende in te dienen.
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om herhaling van de overtreding (geen leidinggevende aanwezig tijdens openingstijden) te voorkomen.
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 1.000,- per constatering dat er geen op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig is in het horecabedrijf op het moment dat het horecabedrijf voor publiek geopend is. |
| Maximum: | € 5.000,- |
- - Intrekken vergunning voor 2 weken
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en er opnieuw wordt geconstateerd dat er geen leidinggevende aanwezig is in het horecabedrijf, zal worden overgegaan tot tijdelijk – voor de duur van 2 weken – intrekken van de vergunning. Dit betekent dat het horecabedrijf gedurende deze termijn gesloten moet blijven.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en er opnieuw wordt geconstateerd dat er geen leidinggevende aanwezig is in het horecabedrijf, besluit de burgemeester tot het intrekken van de vergunning en eventueel de Alcoholwetvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 van de Alcoholwet.
N. Leidinggevende verkeert onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen
Een leidinggevende in een horecabedrijf moet van goed levensgedrag zijn en beschikken over kennis en inzicht over sociale hygiëne. De leidinggevende heeft een bijzondere verantwoordelijkheid om te zorgen dat de alcoholverstrekking op verantwoorde wijze plaatsvindt en moet bezoekers van het horecabedrijf kunnen aanspreken op hun gedrag. Daarom is het niet acceptabel als een leidinggevende onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert. In artikel 20 lid 7 van de Alcoholwet is dan ook bepaald dat het verboden is om in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een horecalokaliteit.
- - Waarschuwing
- - Wanneer een toezichthouder constateert dat een leidinggevende kennelijk onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert terwijl hij dienst doet in het horecabedrijf, spreekt hij deze leidinggevende direct aan. Daarbij wordt hem verzocht om zijn werkzaamheden neer te leggen. Als er geen andere leidinggevende aanwezig is, zal het horecabedrijf voor dat moment moeten sluiten (totdat er een vervangende leidinggevende aanwezig is).
- - Schorsen vergunning voor de duur van 4 weken
- - Wanneer voor de tweede maal wordt geconstateerd dat een leidinggevende kennelijk onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert terwijl hij dienst doet in het horecabedrijf, besluit de burgemeester tot het schorsen van de alcoholwetvergunning voor de duur van 4 weken op grond van artikel 32 lid 1 juncto 31 lid 2 van de Alcoholwet.
- - Wanneer de betreffende leidinggevende niet tevens vergunninghouder is, kan de vergunninghouder verzoeken om de betreffende leidinggevende van het aanhangsel bij de vergunning te verwijderen. Deze leidinggevende mag dan niet langer werkzaam zijn als leidinggevende bij dit horecabedrijf. In dat geval zal de burgemeester afzien van het schorsen van de vergunning.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Wanneer voor de derde maal wordt geconstateerd dat een leidinggevende kennelijk onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert terwijl hij dienst doet in het horecabedrijf, besluit de burgemeester tot het intrekken van de Alcoholwetvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 van de Alcoholwet. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
Slijtersbedrijven
O. Uitoefenen slijtersbedrijf zonder Alcoholwetvergunning (art. 3 Alcoholwet)
Op grond van artikel 3 van de Alcoholwet dient een slijtersbedrijf – waar bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse wordt verstrekt - in het bezit te zijn van een Alcoholwetvergunning.
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat hij niet in het bezit is van de vereiste vergunning om sterke drank te verkopen. De ondernemer krijgt twee weken de tijd om alsnog een complete vergunningaanvraag in te dienen.
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om het verkopen van sterke drank te staken. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 5.000,- per dag dat wordtgeconstateerd dat er sterke drankaanwezig is |
| Maximum: | € 25.000,- |
- - Last onder bestuursdwang
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en het slijtersbedrijf blijft sterke drank verkopen zonder de benodigde vergunning, wordt bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om het verkopen van sterke drank per direct te staken. Doet hij dat niet, dan zal de voorraad sterke drank in beslag worden genomen. De kosten van bestuursdwang – inclusief de kosten voor het opslaan van de in beslag genomen goederen – worden op de overtreder verhaald.
P. Uitoefenen slijtersbedrijf waarvan de Alcoholwetvergunning is geweigerd/ingetrokken/geschorst
Wanneer een Alcoholwetvergunning is geweigerd, ingetrokken of geschorst, mag het slijtersbedrijf geen sterke drank meer aanwezig hebben. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet mag er bovendien in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
Wordt toch geconstateerd dat er sterke drank aanwezig is, dan wordt hiertegen direct handhavend opgetreden volgens onderstaand stappenplan:
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om het verkopen van sterke drank te staken en gestaakt te houden.
| Begunstigingstermijn: | 1 dag |
| Hoogte dwangsom: | € 5.000,- per dag dat wordtgeconstateerd dat er sterke drankaanwezig is. |
| Maximum: | € 25.000,- |
- - Last onder bestuursdwang: sluiting
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en het slijtersbedrijf toch alcohol aanwezig houdt of blijft verkopen, wordt bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om het verstrekken van sterke drank per direct te staken. Doet hij dat niet, dan zal de voorraad sterke drank in beslag worden genomen. De kosten van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder.
Q. Verstrekking alcohol aan jeugdigen (art. 20 lid 1 jo. 2 Alcoholwet)
In artikel 20 van de Alcoholwet zijn de leeftijdsgrenzen voor het verstrekken van alcohol vastgelegd. Op grond van dit artikel is het verboden om:
- - alcoholhoudende drank te verkopen aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
- - ook wanneer de drank wordt verstrekt aan een persoon die voldoet aan de leeftijdsgrens, maar waarbij de drank kennelijk bestemd is voor een persoon die niet aan de leeftijdsgrens voldoet – de zogenaamde wederverstrekking - is er sprake van een verboden handeling.
Het vaststellen van de leeftijd van de klant geschiedt aan de hand van een identiteitsbewijs of daaraan gelijk te stellen document, als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet op de identificatieplicht. Wanneer de klant de vereiste leeftijd onmiskenbaar heeft bereikt, mag het vaststellen van de leeftijd achterwege blijven.
Bij constatering van een overtreding van de leeftijdsgrenzen wordt als volgt opgetreden:
- - Bestuurlijke boete
- - Wanneer de toezichthouder een overtreding van artikel 20 lid 1 Alcoholwet constateert, maakt hij een boeterapport op. Vervolgens besluit de burgemeester tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
- - De hoogte van de bestuurlijke boete is vastgesteld in het Alcoholbesluit en is afhankelijk van de grootte van de onderneming (aantal werknemers) op de dag van de overtreding.
Hoogte boete 10Prijspeil 2023: | < 50 werknemers: € 1.360,- ≥ 50 werknemers: € 2.720,-
- - Bestuurlijke boete
- - Bij de tweede constatering van een overtreding van artikel 20 lid 1 Alcoholwet, volgt opnieuw een bestuurlijke boete. De toezichthouder stelt een boeterapport op en aan de hand daarvan besluit de burgemeester tot het opleggen van de bestuurlijke boete.
- - In het Alcoholbesluit is bepaald dat de boete wordt verhoogd met 50% wanneer er binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de eerste bestuurlijke boete opnieuw een overtreding wordt vastgesteld. De hoogte van de boete bedraagt dan:
Hoogte boete 11Prijspeil 2023: | < 50 werknemers: € 2.040,- ≥ 50 werknemers: € 4.080,-
- - Schorsing vergunning voor 4 weken
- - Bij de derde constatering van een overtreding van artikel 20 lid 1 Alcoholwet, besluit de burgemeester tot het schorsen van de Alcoholwetvergunning voor de duur van 4 weken op grond van artikel 32 lid 1 juncto 31 lid 2 van de Alcoholwet. Gedurende deze periode mag er geen sterke drank aanwezig zijn of worden verkocht in het slijtersbedrijf. Artikel 25 Alcoholwet is hier van toepassing.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Bij de vierde constatering van een overtreding van artikel 20 lid 1 Alcoholwet, besluit de burgemeester tot het intrekken van de Alcoholwetvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 van de Alcoholwet. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
R. Geen leidinggevende aanwezig tijdens openingstijden
Volgens artikel 24 van de Alcoholwet is het verboden om een slijtlokaliteit voor het publiek geopend te houden als er geen leidinggevende 12De leidinggevende moet vermeld staan op het aanhangsel bij de vergunning of moet bij de burgemeester zijn aangemeld als nieuwe leidinggevende. Nieuw aangemelde leidinggevenden mogen, zodra de ontvangst van de melding is bevestigd, alvast optreden als leidinggevende, zolang nog niet op de aanvraag is beslist. in de inrichting aanwezig is.
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat er altijd een leidinggevende aanwezig dient te zijn als het slijtersbedrijf geopend is voor publiek. In de brief wordt gewezen op de mogelijkheid om extra personen als leidinggevende te laten bijschrijven op de vergunning. Hiervoor heeft ondernemer 2 weken de tijd.
- - Bestuurlijke boete
- - Wanneer de toezichthouder een overtreding van artikel 24 Alcoholwet constateert, maakt hij een boeterapport op. Vervolgens besluit de burgemeester tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
- - De hoogte van de bestuurlijke boete is vastgesteld in het Alcoholbesluit en is afhankelijk van de grootte van de onderneming (aantal werknemers) op de dag van de overtreding.
Hoogte boete 13Prijspeil 2023: | < 50 werknemers: € 1.020,- ≥ 50 werknemers: € 2.040,-
- - Bestuurlijke boete
- - Bij de tweede constatering van een overtreding van artikel 24 Alcoholwet, volgt opnieuw een bestuurlijke boete. De toezichthouder stelt een boeterapport op en aan de hand daarvan besluit de burgemeester tot het opleggen van de bestuurlijke boete.
- - In het Alcoholbesluit is bepaald dat de boete wordt verhoogd met 50% wanneer er binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de eerste bestuurlijke boete opnieuw een overtreding wordt vastgesteld. De hoogte van de boete bedraagt dan:
Hoogte boete 14Prijspeil 2014: | < 50 werknemers: € 1.020,- ≥ 50 werknemers: € 2.040,-
- - Schorsing vergunning voor 4 weken
- - Bij de derde constatering van een overtreding van artikel 24 Alcoholwet, besluit de burgemeester tot het schorsen van de Alcoholwetvergunning voor de duur van 4 weken op grond van artikel 32 lid 1 juncto 31 lid 2 van de Alcoholwet. Gedurende deze periode mag er geen sterke drank aanwezig zijn in het slijtersbedrijf.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Bij de vierde constatering van een overtreding van artikel 24 Alcoholwet, besluit de burgemeester tot het intrekken van de Alcoholwetvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 van de Alcoholwet. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
S. Leidinggevende verkeert onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen
Een leidinggevende in een slijtersbedrijf moet van goed levensgedrag zijn en beschikken over kennis en inzicht over sociale hygiëne. De leidinggevende heeft een bijzondere verantwoordelijkheid om te zorgen dat de alcoholverstrekking op verantwoorde wijze plaatsvindt en moet bezoekers van het slijtersbedrijf kunnen aanspreken op hun gedrag. Daarom is het niet acceptabel als een leidinggevende onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert. In artikel 20 lid 7 van de Alcoholwet is dan ook bepaald dat het verboden is om in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een slijtlokaliteit.
- - Waarschuwing
- - Wanneer een toezichthouder constateert dat een leidinggevende kennelijk onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert terwijl hij dienst doet in het slijtersbedrijf, spreekt hij deze leidinggevende direct aan. Daarbij wordt hem verzocht om zijn werkzaamheden neer te leggen. Als er geen andere leidinggevende aanwezig is, zal het slijtersbedrijf voor dat moment moeten sluiten (totdat er een vervangende leidinggevende aanwezig is).
- - Schorsen vergunning voor de duur van 4 weken
- - Wanneer voor de tweede maal wordt geconstateerd dat een leidinggevende kennelijk onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert terwijl hij dienst doet in het slijtersbedrijf, besluit de burgemeester tot het schorsen van de Alcoholwetvergunning voor de duur van 4 weken op grond van artikel 32 lid 1 juncto 31 lid 2 van de Alcoholwet.
- - Wanneer de betreffende leidinggevende niet tevens vergunninghouder is, kan de vergunninghouder verzoeken om de betreffende leidinggevende van het aanhangsel bij de vergunning te verwijderen. Deze leidinggevende mag dan niet langer werkzaam zijn als leidinggevende bij dit slijtersbedrijf. In dat geval zal de burgemeester afzien van het schorsen van de vergunning.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Wanneer voor de derde maal wordt geconstateerd dat een leidinggevende kennelijk onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert terwijl hij dienst doet in het slijtersbedrijf, besluit de burgemeester tot het intrekken van de Alcoholwetvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 van de Alcoholwet. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
Paracommerciële rechtspersonen
Paracommerciële rechtspersonen zijn verenigingen, stichtingen of kerkgenootschappen die zich, naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, richten op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. Denk hierbij aan een sportvereniging die in eigen beheer een kantine exploiteert waar alcoholhoudende drank wordt verstrekt.
Een horecabedrijf van een paracommerciële rechtspersoon dient zich grotendeels te houden aan dezelfde regels uit de Alcoholwet als een commercieel horecabedrijf. Het sanctiebeleid zoals beschreven bij de commerciële horecabedrijven (J t/m N) is dan ook van overeenkomstige toepassing op paracommerciële rechtspersonen. Er zijn echter een aantal bijzondere regels die gelden voor paracommerciële rechtspersonen. Zo hoeft er bij een paracommerciële rechtspersoon niet altijd een leidinggevende aanwezig te zijn gedurende de tijden dat er alcoholhoudende drank wordt geschonken, maar is het voldoende dat er een barvrijwilliger aanwezig is. Daarnaast dienen paracommerciële rechtspersonen zich te houden aan regels die zijn gesteld in een paracommerciële verordening. Hieronder wordt aangegeven welke sancties volgen als wordt geconstateerd dat men zich niet aan deze regels houdt.
T. Paracommercieel rechtspersoon voldoet niet aan regels uit paracommerciële verordening (art. 4 Alcoholwet)
Op grond van artikel 4 van de Alcoholwet beschikken gemeenten over een verordening waarin ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels worden gesteld waaraan paracommerciële rechtspersonen zich dienen te houden bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. Deze regels hebben betrekking op de volgende onderwerpen:
- - De tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt.
- - In de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen.
- - In de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn.
In Amersfoort zijn de regels voor paracommerciële rechtspersonen opgenomen in de APV (Hoofdstuk 2, afdeling 4). Wanneer paracommerciële rechtspersonen zich niet aan deze regels houden, zal hiertegen als volgt worden opgetreden:
- - Waarschuwing
- - De paracommerciële rechtspersoon ontvangt een schriftelijke waarschuwingsbrief waarin hij wordt gewezen op de regels die gelden voor zijn horeca-inrichting. In de brief wordt aangegeven wat de consequenties zijn wanneer opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
- - Bestuurlijke boete
- - Bij de tweede constatering van een overtreding van de regels uit de APV Amersfoort, Hoofdstuk 2, afdeling 4, maakt de toezichthouder een boeterapport op. Vervolgens besluit de burgemeester tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
- - De hoogte van de bestuurlijke boete is vastgesteld in het Alcoholbesluit en is afhankelijk van de grootte van de onderneming (aantal barvrijwilligers) op de dag van de overtreding.
Hoogte boete 15Prijspeil 2023: | < 50 werknemers: € 1.020,- ≥ 50 werknemers: € 2.040,-
- - Bestuurlijke boete
- - Bij de derde constatering van een overtreding van de regels uit de paracommerciële verordening volgt opnieuw een bestuurlijke boete. De toezichthouder stelt een boeterapport op en aan de hand daarvan besluit de burgemeester tot het opleggen van de bestuurlijke boete.
- - In het Alcoholbesluit is bepaald dat de boete wordt verhoogd met 50% wanneer er binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de eerste bestuurlijke boete opnieuw een overtreding wordt vastgesteld. De hoogte van de boete bedraagt dan:
Hoogte boete 16Prijspeil 2023: | < 50 werknemers: € 1.530,- ≥ 50 werknemers: € 3.060,-
- - Schorsing vergunning voor 4 weken
- - Bij de vierde constatering van een overtreding van de regels uit de paracommerciële verordening, besluit de burgemeester tot het schorsen van de Alcoholwetvergunning voor de duur van 4 weken op grond van artikel 32 lid 1 juncto 31 lid 2 van de Alcoholwet. Gedurende deze periode mag er geen alcoholhoudende drank worden verstrekt in de horeca-inrichting van de paracommerciële rechtspersoon.
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Bij de vijfde constatering van een overtreding van de regels uit de paracommerciële verordening, besluit de burgemeester tot het intrekken van de Alcoholwetvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 van de Alcoholwet. Op grond van artikel 25 lid 1 van de Alcoholwet betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
Vergunningvrije detailhandel
Snackbars, supermarkten en ander winkels die zich richten op de verkoop van levensmiddelen mogen zonder vergunning zwak-alcoholhoudende drank verkopen voor gebruik elders dan ter plaatse (artikel 18 lid 2 Alcoholwet). Deze winkels moeten zich wel houden aan de algemene regels die de Alcoholwet stelt aan de verkoop van alcohol.
U. Verstrekking alcohol aan jeugdigen (art. 20 Alcoholwet)
In artikel 20 van de Alcoholwet zijn de leeftijdsgrenzen voor het verstrekken van alcohol vastgelegd. Op grond van dit artikel is het verboden om:
- - alcoholhoudende drank te verkopen aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
- - ook wanneer de drank wordt verstrekt aan een persoon die voldoet aan de leeftijdsgrens, maar waarbij de drank kennelijk bestemd is voor een persoon die niet aan de leeftijdsgrens voldoet – de zogenaamde wederverstrekking - is er sprake van een verboden handeling.
Het vaststellen van de leeftijd van de klant geschiedt aan de hand van een identiteitsbewijs of daaraan gelijk te stellen document, als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet op de identificatieplicht. Wanneer de klant de vereiste leeftijd onmiskenbaar heeft bereikt, mag het vaststellen van de leeftijd achterwege blijven.
Bij constatering van een overtreding van de leeftijdsgrenzen wordt als volgt opgetreden:
- - Bestuurlijke boete
- - Wanneer de toezichthouder een overtreding van artikel 20 lid 1 Alcoholwet constateert, maakt hij een boeterapport op. Vervolgens besluit de burgemeester tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
- - De hoogte van de bestuurlijke boete is vastgesteld in het Alcoholbesluit en is afhankelijk van de grootte van de onderneming (aantal werknemers) op de dag van de overtreding.
Hoogte boete 17Prijspeil 2023: | < 50 werknemers: € 1.360,- ≥ 50 werknemers: € 2.720,-
- - Bestuurlijke boete
- - Bij de tweede constatering van een overtreding van artikel 20 lid 1 Alcoholwet, volgt opnieuw een bestuurlijke boete. De toezichthouder stelt een boeterapport op en aan de hand daarvan besluit de burgemeester tot het opleggen van de bestuurlijke boete.
- - In het Alcoholbesluit is bepaald dat de boete wordt verhoogd met 50% wanneer er binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de eerste bestuurlijke boete opnieuw een overtreding wordt vastgesteld. De hoogte van de boete bedraagt dan:
Hoogte boete 18Prijspeil 2023: | < 50 werknemers: € 2.040,- ≥ 50 werknemers: € 4.080,-
- - Ontzegging bevoegdheid verkoop alcohol voor 4 weken
- - Wanneer voor de derde keer binnen 12 maanden wordt geconstateerd dat artikel 20 lid 1 Alcoholwet wordt overtreden, besluit de burgemeester op grond van artikel 44 Alcoholwet om de ondernemer de bevoegdheid te ontzeggen om gedurende vier weken zwak-alcoholhoudende drank te verkopen.
Jongeren
In artikel 45 van de Alcoholwet is bepaald dat het voor personen die nog niet 18 jaar oud zijn, verboden is om op voor het publiek toegankelijke plaatsen alcoholhoudende drank aanwezig te hebben of voor consumptie gereed te hebben, met uitzondering van plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse wordt verstrekt. Dit betekent dus dat jongeren onder de 18 jaar in de openbare ruimte en in horecagelegenheden geen alcoholhoudende drank aanwezig mogen hebben. Overtreding van dit verbod kan worden gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
Deze overtredingen worden via het strafrecht afgedaan. Wanneer een toezichthouder een dergelijke overtreding constateert, zal hij proces verbaal opmaken (Feitcode E211).
Deel 4. Wet op de Kansspelen (WOK)
V. Kansspelautomaten aanwezig zonder vergunning
Op grond van artikel 30b van de Wet op de Kansspelen is het verboden om zonder vergunning een of meer kansspelautomaten aanwezig te hebben. Voor behendigheidsautomaten 19Een behendigheidsautomaat is een speelautomaat waarvan:- het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde spelduur of het recht op gratis spelen (je kunt er dus geen geld mee winnen); en- het verloop van het spel (winst of verlies) afhankelijk is van de behendigheid, kennis en tactiek van de speler. (zoals een flipperkast of videospelletje) is geen vergunning vereist.
Wanneer wordt geconstateerd dat een bedrijf zonder de benodigde vergunning kansspelautomaten aanwezig heeft, wordt hiertegen als volgt opgetreden:
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat hij niet in het bezit is van de vereiste vergunning voor het aanwezig hebben van een kansspelautomaat. Indien de onderneming voor een vergunning in aanmerking komt, wordt de ondernemer in de gelegenheid gesteld om binnen 2 weken alsnog een complete vergunningaanvraag in te dienen en wordt gewezen op de mogelijkheid om zonder vergunning behendigheidsautomaten te plaatsen. Zolang hij niet in het bezit is van de benodigde vergunning, dienen de kansspelautomaten te worden verwijderd uit (de voor het publiek toegankelijke ruimtes van) het horecabedrijf.
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om de kansspelautomaten te verwijderden.
| Begunstigingstermijn: | 1 week |
| Hoogte dwangsom: | € 2.000,- per dag dat wordt geconstateerd dat er één of meer kansspelautomaten aanwezig zijn in de inrichting. |
| Maximum: | € 10.000,- |
- - Last onder bestuursdwang
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en de kansspelautomaten niet zijn verwijderd, wordt bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om de kansspelautomaten binnen een dag te verwijderen. Doet hij dat niet, dan zullen de kansspelautomaten in opdracht van de gemeente worden verwijderd. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden verhaald op de overtreder.
N.B. Met de Kansspelautoriteit (KSA) is afgesproken dat we hen zullen informeren over geconstateerde overtredingen door toezending van een afschrift van de brief (via toezicht@kansspelautoriteit.nl).
W. Overtreden voorschriften aanwezigheidsvergunning
Aan een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Wanneer deze voorschriften en beperkingen niet worden nageleefd, wordt hiertegen als volgt opgetreden:
- - Waarschuwing
- - De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin hij wordt gewezen op de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan zijn vergunning. In de brief wordt aangegeven wat de consequenties zijn wanneer opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.
- - Last onder dwangsom
- - De ondernemer wordt aangeschreven met een last onder dwangsom om herhaling van de overtreding te voorkomen.
| Begunstigingstermijn: | 1 week |
| Hoogte dwangsom: | € 1.000,- per dag dat wordt geconstateerd dat men de voorschriften en beperkingen niet naleeft. |
| Maximum: | € 5.000,- |
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en er opnieuw wordt geconstateerd dat de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de aanwezigheidsvergunning niet worden nageleefd, besluit de burgemeester om de aanwezigheidsvergunning in te trekken. Dit betekent dat de kansspelautomaten moeten worden verwijderd.
X. Overtreding leeftijdsgrenzen
In artikel 30g lid 1 van de Wet op de Kansspelen is bepaald dat het de vergunninghouder verboden is om personen beneden de leeftijd van 18 jaar een kansspelautomaat te laten bespelen. De ondernemer heeft dus een taak om er op toe te zien dat personen jonger dan 18 jaar niet spelen op een kansspelautomaat.
- - Waarschuwing
- - De toezichthouder zal bij de eerste constatering de ondernemer aanspreken en hem waarschuwen dat een volgende overtreding consequenties zal hebben. Ook de jongere wordt door de toezichthouder aangesproken en gesommeerd om het spel te staken.
- - Bestuurlijke boete
- - Bij een tweede constatering wordt een bestuurlijke boete opgelegd. De toezichthouder maakt een boeterapport op en aan de hand daarvan besluit de burgemeester tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
- - Volgens artikel 35c lid 4 van de Wet op de Kansspelen kan een bestuurlijke boete worden opgelegd van maximaal de vijfde categorie als bedoeld in artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht (maximaal € 78.000,-). In dit geval zal de hoogte van de boete worden vastgesteld op € 2.000,-
- - Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
- - Bij een volgende constatering van een overtreding van de leeftijdsgrenzen, besluit de burgemeester om de aanwezigheidsvergunning in te trekken. Dit betekent dat de kansspelautomaten moeten worden verwijderd.
Y. Illegale kansspelen in en vanuit een horecabedrijf
Volgens artikel 1 lid 1 onder a van de Wet op de Kansspelen is het verboden om gelegenheid te geven tot het spelen van kansspelen20Er is sprake van een kansspel wanneer men kan mededingen naar prijzen of premies en de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen., tenzij daarvoor een vergunning is verstrekt. Het zonder vergunning plaatsen van kansspelautomaten (gokkasten) valt niet onder deze bepaling, maar is verboden op grond van artikel 30b van de Wet op de Kansspelen.
Wanneer wordt geconstateerd dat een horecabedrijf gelegenheid geeft tot het spelen van illegale kansspelen - bijvoorbeeld door het organiseren van pokertoernooien 21Een pokertoernooi dat niet besloten en bedrijfsmatig plaatsvindt, is alleen toegestaan wanneer daarmee op geen enkele wijze een prijs of premie gewonnen kan worden en er ook geen inleggeld of entreegeld gevraagd wordt aan de deelnemers. of het gokken op gokzuilen22Een gokzuil is een computer of ander apparaat met een internetverbinding waarop illegaal weddenschappen kunnen worden afgesloten op sportwedstrijden. - wordt hiertegen als volgt opgetreden:
- - Sluiting van het horecapand voor 3 maanden
- - De burgemeester gaat over tot sluiting van het horecapand voor de duur van 3 maanden. De bevoegdheid hiertoe is gelegen in artikel 2:31 van de APV. Aan het bevel tot sluiting wordt een last onder bestuursdwang gekoppeld, die inhoudt dat het horecapand van gemeentewege fysiek wordt gesloten door het (laten) vervangen van de sloten van het pand.
- - Het is algemeen bekend dat gokken kan leiden tot gokverslaving en financiële en sociale problemen. In het geval van illegaal gokken komt daar een aspect bij: door onder meer de eventuele aanwezigheid van geldbedragen die gemoeid zijn met het gelegenheid geven tot illegaal gokken en het kunnen ontstaan van gokschulden, brengt het gelegenheid geven tot illegaal gokken ook een openbare orde- en veiligheidsrisico mee voor de nabije leefomgeving van het pand waarin illegaal gegokt wordt, maar ook voor de bezoekers van het pand/bedrijf.
- - Met het tijdelijk sluiten van het pand wil de burgemeester bewerkstelligen dat de (vrees voor) verstoring van de openbare orde onmiddellijk beëindigd wordt. Daarnaast acht hij het doorbreken van de loop naar en bekendheid met het betreffende bedrijf als locatie waar kan worden gegokt noodzakelijk.
- - Sluiting van het horecapand voor 6 maanden + intrekken vergunningen
- - Bij een tweede constatering gaat de burgemeester over tot sluiting van het horecapand voor de duur van 6 maanden. Aan het bevel tot sluiting wordt een last onder bestuursdwang gekoppeld, die inhoudt dat het horecapand van gemeentewege fysiek wordt gesloten door het (laten) vervangen van de sloten van het pand.
- - Daarnaast worden de horeca-exploitatievergunning en/of Alcoholwetvergunning van de exploitant van het horecabedrijf ingetrokken op grond van artikel 1:6 onder b van de APV, respectievelijk artikel 31 lid 1 onder b en c van de Alcoholwet.
- - Uit jurisprudentie blijkt dat een burgemeester zich op het standpunt mag stellen dat illegale gokactiviteiten een negatief effect op de samenleving en de openbare orde en veiligheid hebben en dat de constatering van het gelegenheid bieden tot illegaal gokken voldoende is om vergunningen in te trekken.
Verjaringstermijn: 2 jaar
Z. Illegale kansspelen in en vanuit een voor publiek openstaand gebouw, niet zijnde een horecabedrijf
De laatste jaren is er een opmars van niet-horecabedrijven die een bijeenkomstfunctie vervullen. Denk hierbij aan internetcafés, belwinkels en speelgelegenheden. Veelal betreft het vergunningvrije bedrijven; ze hebben geen horeca-exploitatievergunning of Alcoholwetvergunning. Ook bij dit soort bedrijven worden illegale gokactiviteiten waargenomen.
Wanneer wordt geconstateerd dat een bedrijf, niet zijnde een horecabedrijf, gelegenheid geeft tot het spelen van illegale kansspelen, wordt hiertegen als volgt opgetreden:
- - Sluiting van het pand voor 3 maanden
- - De burgemeester gaat over tot sluiting van het voor het publiek openstaande gedeelte van het pand voor de duur van 3 maanden. De bevoegdheid hiertoe is gelegen in artikel 2:41a van de APV. Aan het bevel tot sluiting wordt een last onder bestuursdwang gekoppeld, die inhoudt dat het pand van gemeentewege fysiek wordt gesloten door het (laten) vervangen van de sloten van het pand.
- - Het is algemeen bekend dat gokken kan leiden tot gokverslaving en financiële en sociale problemen. In het geval van illegaal gokken komt daar een aspect bij: door onder meer de eventuele aanwezigheid van geldbedragen die gemoeid zijn met het gelegenheid geven tot illegaal gokken en het kunnen ontstaan van gokschulden, brengt het gelegenheid geven tot illegaal gokken ook een openbare orde- en veiligheidsrisico mee voor de nabije leefomgeving van het pand waarin illegaal gegokt wordt, maar ook voor de bezoekers van het pand/bedrijf.
- - Met het tijdelijk sluiten van het pand wil de burgemeester bewerkstelligen dat de (vrees voor) verstoring van de openbare orde onmiddellijk beëindigd wordt. Daarnaast acht hij het doorbreken van de loop naar en bekendheid met het betreffende bedrijf als locatie waar kan worden gegokt noodzakelijk.
- - Sluiting van het pand voor 6 maanden
- - Bij een tweede constatering gaat de burgemeester over tot sluiting van het voor het publiek openstaande gedeelte van het pand voor de duur van 6 maanden. Aan het bevel tot sluiting wordt een last onder bestuursdwang gekoppeld, die inhoudt dat het horecapand van gemeentewege fysiek wordt gesloten door het (laten) vervangen van de sloten van het pand.
Verjaringstermijn: 2 jaar