1.. Indien gebruik wordt gemaakt van een strategisch- of meerjarenplan biedt het dagelijks bestuur dit in concept aan de gemeenteraden aan.

2.. De gemeenteraden geven binnen 10 weken na ontvangst van het concept strategisch- of meerjarenplan hun zienswijze hierover aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.

3.. Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van het strategisch- of meerjarenplan schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.