Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 14 › HOOFDSTUK 15

Artikel 50

Artikel 50

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant-Zuidoost

1.. Indien het uittreden van een gemeente leidt tot overdracht van materiaal, materieel of gebouwen van de regeling dan vindt de overdracht ervan plaats tegen boekwaarde op de uittredingsdatum. 2.. Over de overdracht van personeel worden in goed overleg afzonderlijke afspraken gemaakt. 3.. Indien het uittreden van een gemeente leidt tot een daling van opbrengsten worden de negatieve financiële gevolgen ervan aangemerkt als frictie- en desintegratiekosten, deze worden als volgt over een periode van drie jaar door het uittredend bestuursorgaan gecompenseerd: Het eerste jaar na uittreding voor 100%, het tweede jaar 66% en het derde jaar 33% van deze kosten. 4.. De frictie- en desintegratiekosten worden als volgt bepaald, de daling van opbrengsten vermindert met de directe kosten op jaarbasis van de overgedragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel. 5.. Voor het opgebouwde vermogen (reserves) dat kan worden toegerekend aan de uittredende gemeente vindt compensatie plaats naar rato van de verdeelsleutel. 6.. Voorzieningen worden alleen overgedragen voor het onderdeel dat betrekking heeft op overdragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel. 7.. Op uittreding van een college uit de gemeenschappelijke regeling is artikel 46 van overeenkomstige toepassing. Wijziging

Rechtspraak bij dit artikel