Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 14 › HOOFDSTUK 15

Artikel 51

Artikel 51

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant-Zuidoost

1.. Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de colleges van ten minste zeven van de deelnemende gemeenten; 2.. De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe, met toestemming van de raden, eensluidend besluiten; 3.. Het Algemeen Bestuur stelt dat de colleges en raden van de deelnemende gemeenten, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de gelegenheid om bij het college een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de onderhavige gewijzigde regeling. 4.. Het Algemeen Bestuur biedt de colleges en raden in het kader van de in het derde lid genoemde een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen. Opheffing en liquidatie

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel