Het dagelijks bestuur doet uiterlijk 1 mei aan het algemeen bestuur verantwoording over het afgelopen jaar in aansluiting op de posten van de begroting, onder overlegging van de door de directeur opgestelde jaarrekening, de daarbij behorende bescheiden en een rekening van de door de Gemeenten te betalen bedragen. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de op grond van artikel 32 aangewezen accountant.
In de jaarrekening wordt de, door elke afzonderlijke gemeente, over het desbetreffende jaar, werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening, inclusief de bestemming van het resultaat, uiterlijk twee werkdagen vóór 15 juli vast.
Indien het algemeen bestuur, conform artikel 28 lid 8 van deze Regeling, tot een gescheiden financieel resultaat heeft besloten ten aanzien van andere taken dan de Wsw-taak, wordt dit financieel resultaat verrekend met de gemeenten die bij hebben gedragen aan de totstandkoming van dat resultaat.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de Gemeenten en Gedeputeerde Staten.
Het besluit van het algemeen bestuur houdende vaststelling van de rekening strekt, voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur en het rekeningplichtig personeel van WAVA tot ontlasting, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 30 bepaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats terstond na de in het derde lid bedoelde vaststelling van de jaarrekening.
HOOFDSTUK 9
Artikel 31
Rekening
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WERKBEDRIJF ARBEID VOOR ALLEN (WAVA) juli 2024