Het algemeen bestuur bestaat uit tweemaal zoveel leden als het aantal Gemeenten dat aan de Regeling deelneemt. Iedere gemeente wordt door twee leden vertegenwoordigd. Elk college heeft het recht om, al dan niet tijdelijk, een plaatsvervangend lid aan te wijzen.
De leden van het algemeen bestuur worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twaalf weken na aanvang van de zittingsperiode van het college door die colleges uit hun midden aangewezen.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege op het moment dat de deze ophoudt wethouder te zijn van de desbetreffende gemeente
Indien de leden van het algemeen bestuur ophouden lid van het college te zijn houden zij van rechtswege tevens op lid van genoemd bestuur te zijn. Dat college voorziet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twaalf weken, in de vacature.
Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geeft het college van burgemeester en wethouders dat het aangaat binnen één week kennis aan de voorzitter van het algemeen bestuur.
Een lid van het algemeen bestuur dat het vertrouwen van het college, dat hem als lid heeft aangewezen, niet meer bezit, kan door dat college als zodanig worden ontslagen. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Een lid van het algemeen bestuur dat het vertrouwen van de gemeenteraad, van de gemeente die hij vertegenwoordigt, niet meer bezit, kan door die raad overeenkomstig de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet, ontslagen worden. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Het bepaalde in de leden 2 tot en met 7 van dit artikel is mede van toepassing op de plaatsvervangende leden, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
HOOFDSTUK 4
Artikel 8
De samenstelling van het algemeen bestuur
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WERKBEDRIJF ARBEID VOOR ALLEN (WAVA) juli 2024