Het dagelijks bestuur bestaat uit:
de voorzitter, tevens voorzitter van het algemeen bestuur;
drie leden die door en uit het algemeen bestuur worden gekozen, zodat inclusief de voorzitter elke gemeente vertegenwoordigd is;
twee onafhankelijke leden door het algemeen bestuur aan te wijzen, niet zijnde lid van het algemeen bestuur of van het bestuur van de Gemeenten, zulks op grond van hun bijzondere deskundigheid op het terrein van de sociale werkgelegenheid, werkgeversdienstverlening en / of deskundigheid op het terrein van financiën en bedrijfsvoering met als doel te voorzien in de door de Gemeenten noodzakelijk geachte deskundigheid en bestuurlijke continuïteit.
Een lid van het dagelijks bestuur dat het vertrouwen van de algemeen bestuur niet meer bezit, kan door het algemeen bestuur als zodanig worden ontslagen. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Hij, die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn met uitzondering van de in lid 1.c van dit artikel door het algemeen bestuur aangewezen leden.
Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur ten spoedigste, doch in elk geval binnen twaalf weken een nieuw lid.
Onverminderd het bepaalde in lid 6 van dit artikel, blijft degene die geen lid meer is van het dagelijks bestuur, zijn functie uitoefenen totdat zijn opvolger die heeft aanvaard.
De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn op de leden van het dagelijks bestuur, de voorzitter inbegrepen, van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 4
Artikel 9
De samenstelling van het dagelijks bestuur
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WERKBEDRIJF ARBEID VOOR ALLEN (WAVA) juli 2024