Naar hoofdinhoud

Artikel 1.3.1

Bestaande wet- en regelgeving

Onderdeel van Beleidsregels kleine windmolens Alphen aan den Rijn

Het toetsingskader ten aanzien van bestaande wet- en regelgeving voor initiatiefnemers (en toetsers) bestaat uit: Externe veiligheid (voldoende afstand tot objecten en infrastructuur, zoals hoogspanningsleidingen, spoorwegen en hogedrukgasleidingen); Besluit bouwwerken leefomgeving (landelijke regels voor bouwwerken); Geluid en slagschaduw (Bruidsschat omgevingsplan en Besluit activiteiten leefomgeving); Bescherming van dieren en planten (via een ecologisch onderzoek dient in beeld te worden gebracht welke mogelijke beschermde soorten op de planlocatie voorkomen, en of de ontwikkeling hierop effect heeft, en of de ontwikkeling effect (stikstof) heeft op beschermde natuurgebieden in of bij het planlocatie); Kleinwind-keurmerk (richtlijnen technisch ontwerp). Windmolens moeten voldoen aan een aantal Europese en nationale normen en richtlijnen. Op dit moment zijn de volgende normen en richtlijnen van toepassing: het ontwerp moet voldoen aan de NEN-EN-IEC norm 61400-Deel 2, ontwerp eisen van kleine windturbines; Voor (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties, zoals woningen, geldt een grenswaarde voor plaatsgebonden risico van 10-6; Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt een standaardwaarde voor plaatsgebonden risico van 10-5; de draagconstructie dient ontworpen te zijn volgens de NEN-norm NEN-EN 1991-1-4+A1+C2:2011nl en Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-4 de sterkte van het brongeluid van de windmolens moet zijn vastgesteld volgens de methode als opgenomen in de Omgevingsregeling. Een windmolen is in het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen als een milieubelastende activiteit (alleen als de rotordiameter meer dan 2 meter is). Minimaal vier weken voor het starten van deze activiteit moet een melding worden gedaan, waarbij de volgende gegevens worden aangeleverd: het vermogen van de windmolen in kilowatt; de diameter van de rotor in centimeters; de hoogte van de mast in meters, en; de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 100.000 (10-5) en 1 op de 1.000.000 (10-6) per jaar is. Voor het plaatsen van een windmolen is bovendien een omgevingsvergunning nodig. Voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning gelden op grond van de Omgevingsregels zogenaamde indieningsvereisten. De indieningsvereisten zijn de (minimale) documenten en bescheiden die aan een aanvraag moeten worden toegevoegd, zoals tekeningen waarop de locatie, de maatvoering en het aanzicht van het bouwwerk zijn weergegeven en een goede (ruimtelijke) onderbouwing, waarin onder meer aangetoond wordt dat aan bestaande wet- en regelgeving en de voorliggende beleidsregels wordt of kan worden voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel