Gemeentelijk beleid
Op dit moment is in de meeste bestemmingsplannen en beheersverordeningen (sinds 1 januari 2024: het omgevingsplan) voor bedrijventerreinen en het buitengebied van de gemeente Alphen aan den Rijn geen specifieke mogelijkheid voor het bouwen van kleine windmolens opgenomen. Het bouwen van windmolens is wel mogelijk onder de algemene bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maar de hoogte van deze bouwwerken is doorgaans (te) beperkt (2-3 meter tot maximaal 10-11 meter). Een uitzondering doet zich bijvoorbeeld voor in het bestemmingsplan Buitengebied Boskoop, waarin de mogelijkheid is opgenomen voor de plaatsing van één windmolen met een ashoogte van maximaal 15 meter bij een agrarisch bedrijf. En ook in de bestemmingsplannen Rijnhaven 2015 en Molenwetering 2013, waarin windmolens op gebouwen zijn toegestaan met een tiphoogte van maximaal 7.5 meter gerekend van de bouwhoogte van het gebouw waarop de molen staat.
In de Gemeentelijke omgevingsvisie (Govi) wordt ingezet op duurzaam ondernemen, met onder meer het gebruik en de opwekking van schone energie. Ook in de Govi zijn evenwel geen specifieke uitgangspunten voor kleine windmolens geformuleerd. Alleen voor het boom- en sierteeltgebied Boskoop (incl. PCT-terrein) is, in navolging van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Boskoop - partiële herziening 2020, uitdrukkelijk bepaald dat daar ruimte wordt geboden aan kleine en middelgrote windmolens.
In het coalitieakkoord 2022-2026 is voorts het volgende aangegeven:
“Kleine windmolens komen er alleen op basis van kleinschalige, particuliere initiatieven op hun eigen grond. Deze windmolens mogen geen overlast vormen voor andere inwoners. Onder overlast verstaan wij geluidoverlast en slagschaduw. Daarnaast moeten de veiligheidseisen en wet Natuurbescherming worden gevolgd, zodat mens en dier wordt beschermd. Voor grote windturbines zien we alleen plaats in of aan zee.”
Provinciaal beleid
Op grond van de huidige provinciale omgevingsverordening zijn binnen het bestaand stads-en dorpsgebied (BSD) kleine en middelgrote windmolens met een ashoogte tot 45 meter toegelaten, voor zover dat passend is bij de lokale situatie. Buiten de BSD zijn alleen kleine windmolens tot 15 meter toegestaan, en ook hiervoor geldt: voor zover dat passend is bij de lokale situatie. Voor de beoordeling, of het passend is bij de lokale situatie, zijn in paragraaf 7.3.7 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening instructieregels opgenomen.
De provincie is evenwel een onderzoek gestart naar grotere kleine windmolens bij agrarische bedrijven. Op basis van dit onderzoek overweegt de provincie een ashoogte tot 25 meter in het omgevingsbeleid te gaan opnemen. In het vigerende provinciale omgevingsbeleid zijn de in onderstaande figuur aangegeven richtlijnen meegegeven voor het plaatsen van windmolens.
Afbeelding 1: Richtlijnen voor plaatsing windturbines (Bron: Provincie Zuid-Holland)