Naar hoofdinhoud

Artikel 1.5.2.2

Windmolens op bedrijventerreinen

Onderdeel van Beleidsregels kleine windmolens Alphen aan den Rijn

Door de intensiteit van bedrijventerreinen, waarin verschillende eigendommen dicht op elkaar liggen, is een individuele ontwikkeling van een windmolen hier niet opportuun. Dit zal altijd moeten gebeuren in een onderling samenwerkingsverband, om te voorkomen dat men elkaar letterlijk de wind afvangt. Als richtlijnen bij een dergelijke collectieve plaatsing van windmolens gelden de volgende, niet uitputtende ruimtelijke randvoorwaarden: Bedrijfsgerelateerde windmolens zijn alleen toegestaan bij bedrijventerreinen van voldoende omvang. Binnen gemeente Alphen aan den Rijn zijn dit o.a. de volgende bedrijventerreinen: Hoorn, Molenwetering, Schans en ITC/PCT-terrein. Windmolens worden wat dieper op de kavel gesitueerd waardoor deze vanaf straatniveau minder prominent aanwezig zijn. Als minimum maat geldt daarbij een afstand tot de voorgevelrooilijn van 1x de tiphoogte van mast. De tiphoogte van een windmolen bedraagt maximaal 2 x de planologisch maximale toegestane bouwhoogte van de bedrijfsbebouwing. Conform het provinciaal beleid mag de ashoogte van een windmolen evenwel niet meer dan 45 meter bedragen. Op de bedrijventerreinen zijn daarenboven gebouw-geïntegreerde windmolens (powernests, kleinere ‘windtubes’ e.d.) die op het dak worden geplaatst toegestaan. Om de eenheid en rust van het bedrijfsterrein te behouden dient in de vormgeving van windmolens een eenduidig uiterlijk toegepast te worden.

Rechtspraak bij dit artikel