Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Beleidsoverwegingen kleine windturbines

Onderdeel van Beleidskader kleinschalige opwek duurzame energie

Afmetingen De afmetingen van de kleine windturbines moeten passen in het huidige landschappelijke beeld. Er moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarom stellen we maximale afmetingen aan de kleine windturbines. Voor een dakopstelling is de maximale totale hoogte 3m en voor grondopstelling is de maximale totale hoogte (tiphoogte) 25m. De totale hoogte wordt gemeten vanaf het montagepunt (maaiveld bij grondopstelling en dakoppervlak bij dakopstelling) tot aan de bovenkant van de rotor. Locaties Kleine windturbines kunnen vanuit een technisch perspectief bijna overal in Neder-Betuwe worden toegepast. We vinden kleine turbines niet overal wenselijk. Bebouwde kom Kleine windturbines binnen het stedelijk gebied leiden tot verrommeling. Door de dichtheid van de bebouwing zullen kleine windturbines een knellend effect geven, wat leidt tot een negatief effect op de leefbaarheid van de openbare ruimte en in de kernen. Kleine windturbines kunnen daarnaast overlast veroorzaken door geluidshinder en slagschaduw. Grondopstellingen sluiten we daarom uit. Dakopstellingen met een verticale as (de zogenaamde windwokkels en vergelijkbare turbines) worden wel toegestaan, aangezien deze geen slagschaduw veroorzaken en een zeer beperkte ruimtelijke impact hebben. Er moet uiteraard wel met een akoestisch onderzoek worden aangetoond dat omwonenden in de bebouwde kom of het buitengebied er geen overlast van zullen ondervinden. Buitengebied In het buitengebied zijn kleine windmolens mogelijk, gekoppeld aan bebouwing van (agrarische) bedrijven, glastuinbouwbedrijven en (maatschappelijke) organisaties. De kleine windturbines dienen geplaatst te worden op het erf, het bouwvlak, of het gebouw zelf. De kleine windturbines zijn dus altijd gekoppeld aan een gebouw (naast of op) en staan op maximaal 10 meter van dit gebouw en passend binnen het bouwvlak. Wanneer geen bouwvlak aanwezig mag dit binnen het erf, mits bebouwing wordt toegestaan. Grondopstellingen voor kleine windturbines bij woonbestemmingen sluiten we uit. Er moet daarnaast met een akoestisch onderzoek worden aangetoond dat omwonenden in het buitengebied geen overlast van de kleine windturbine zullen ondervinden. Verder dient er met een onderzoek worden aangetoond dat omwonenden in het buitengebied geen last hebben van de slagschaduw. Bedrijventerreinen Netcongestie zal in de toekomst een beperkende factor zijn voor de bedrijfsvoering op bedrijventerreinen. Het is daarom aantrekkelijk voor ondernemers om hun eigen stroom op te wekken, zodat ze niet afhankelijk zijn van het net. De gemeente wil ondernemers hierin ondersteunen. Op bedrijventerreinen zullen daarom windturbines tot een tiphoogte van 25 meter worden toegestaan. Dit kunnen zowel grond- als dakopstellingen zijn. Gezien de (hoge) bebouwing zullen turbines met een horizontale as niet altijd mogelijk/rendabel zijn. Turbines met een verticale as kunnen hier dan mogelijk uitkomst bieden. Zoekgebieden voor de RES Neder-Betuwe kent enkele zoekgebieden voor grootschalige zonne- en windprojecten. Deze zijn toegelicht in de Klimaatnota 2021-2025. Omdat het lastig is om geschikte locaties te vinden voor deze projecten willen we dit niet onnodig bemoeilijken doordat er kleine windmolens in het gebied komen te staan. We sluiten het daarom uit om kleine windmolens te plaatsen binnen de zoekgebieden. 1 Indien na verloop van tijd duidelijk is dat er geen grote windturbines worden geplaatst binnen een of enkele van de zoekgebieden, dan zouden kleine windturbines worden toegestaan. Communicatie Kleine windturbines hebben impact op de directe omgeving. Het is daarom van belang om de omgeving in te lichten en te betrekken over/bij een initiatief en reacties uit de omgeving ter harte te nemen in de vergunningsaanvraag. We schrijven voor dat grond- en huiseigenaren binnen 250 meter (gebaseerd op 10x de totale hoogte van de kleine windturbine) en binnen het slagschaduwgebied worden geïnformeerd (per brief, maar bij voorkeur persoonlijk) over het initiatief uiterlijk 1 maand voor het indienen van de vergunningsaanvraag. Inpassing De kleine windturbines moeten ingepast worden in de bestaande omgeving. Hierbij geldt dat er een ruimtelijke koppeling dient te zijn met de bestaande bebouwing, zodat een ruimtelijke eenheid wordt gevormd. Hierbij moet rekening gehouden worden met de kleurstelling en het formaat van de windturbine in relatie tot de bestaande bebouwing en/of begroeiing. De voet van een grondgebonden windturbine kan eventueel ingepast worden met struweel. Er dient daarnaast rekening gehouden te worden met zichtlijnen in het landschap vanaf huizen, wegen, paden en monumentale gebouwen. De grondgebonden kleine windturbines moeten gekoppeld zijn aan het erf, passend bij de landschappelijke structuur. Toetsing hiervan vindt plaatst door de welstandscommissie. Overige kaders Om reflectie van zonlicht te voorkomen zijn reflecterende materialen op windturbines niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel