Immateriële vaste activa zijn die vaste activa waar geen fysieke bezittingen tegenover staan. Immateriële vaste activa komen in Heerenveen slechts in uitzonderlijke gevallen voor. De immateriële vaste activa bestaan volgens artikel 34 van het BBV uit:
kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio;
kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief;
bijdrage in activa in eigendom van derden.
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio
In de praktijk komt dit slechts in uitzonderlijke gevallen voor. Het uitgangspunt in Heerenveen is dat deze kosten niet worden geactiveerd.
Uitgangspunt 1:
De kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio worden niet geactiveerd.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief
Conform artikel 60 van het BBV kunnen kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:
het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
De gemeente Heerenveen activeert op dit moment de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief niet. In de BBV-notitie Grondbeleid is opgenomen dat het activeren van voorbereidingskosten voor grondexploitaties als kosten van onderzoek en ontwikkeling onder de immateriële vaste activa is toegestaan onder een aantal voorwaarden. De gemeente Heerenveen activeert de kosten van onderzoek en ontwikkeling wel vooruitlopend op mogelijk te openen grondexploitaties.
Uitgangspunt 2:
De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in beginsel niet geactiveerd, uitgezonderd voor mogelijke grondexploitaties.
Bijdrage in activa in eigendom van derden
Een voorbeeld van een ‘bijdrage in activa in eigendom van derden’ is een bijdrage aan een gebouw in eigendom van derden. Bepalend is dat het economisch eigendom niet bij de gemeente berust. Bijdragen in activa in eigendom van derden mogen volgens artikel 61 van het BBV worden geactiveerd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
er is sprake van een investering door een derde;
de investering draagt bij aan de publieke taak van de gemeente;
deze derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals overeengekomen;
de gemeente kan de bijdrage terugvorderen indien de derde in gebreke blijft of anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Uitgangspunt 3:
Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd en de afschrijvingsduur is maximaal de gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het actief bij de betreffende derde.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.1
Immateriele vaste activa
Onderdeel van Nota waardering en afschrijving vaste activa 2024